Home

Centrale Raad van Beroep, 07-11-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474, 15/834 WIA-C

Centrale Raad van Beroep, 07-11-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474, 15/834 WIA-C

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
7 november 2018
Datum publicatie
8 november 2018
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2018:3474
Zaaknummer
15/834 WIA-C

Inhoudsindicatie

Conclusie van advocaat-generaal Widdershoven over de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang in algemene zin en in het sociaal domein in het bijzonder. In de conclusie wordt vijf vuistregels geformuleerd die richtinggevend zouden moeten zijn bij toekomstige toepassing van het leerstuk van afgeleid belang door de bestuursrechters. Eerst en vooral is het leerstuk van afgeleid belang niet aan de orde als de derde in kwestie, naast een mogelijk afgeleid belang, een zelfstandig eigen belang heeft dat bij het besluit rechtstreeks betrokken is. Dit eigen belang kan in een andere hoedanigheid bestaan, maar bijvoorbeeld ook vanwege de reële mogelijkheid dat de derde in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend eigen belang wordt geschaad (vuistregel 1). Verder zou afgeleid belang niet aan een derde moeten worden tegengeworpen als zijn bij het besluit betrokken belang materieel niet parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene (vuistregel 2) of als de betrokkenheid van zijn rechts- of belangpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt (vuistregel 3). Afgeleid belang kan daarentegen wel aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene en zijn belang uitsluitend via een contractuele relatie met de eerstbetrokkene bij dat besluit betrokken is (vuistregel 4). Ten slotte zou de thans soms toegepaste verwevenheidscorrectie op afgeleid belang niet meer moeten worden toegepast (vuistregel 5).

Uitspraak

7 november 2018

Raadsheer Advocaat-Generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven

15/834 WIA-C, 16/2353 WMO15-C, ECLI:NL:CRVB:2018:3474

CONCLUSIE

Zitting 26 september 2018

Conclusie inzake de hoger beroepen van:

[Naam stichting 1] te [vestigingsplaats 1] , appellante 1, gemachtigde: mr. J.W.D. Roozemond [zaak 1]

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 8 maart 2016 in zaak nrs. 16/889, 16/387 in het geding tussen:

appellante 1

en het Drechtstedenbestuur te Dordrecht.

[Naam N.V.] te [vestigingsplaats 2] , appellante 2, gemachtigde mr. A.M. Nijboer [zaak 2]

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 december 2014, in zaak nr. 13/7178 in het geding tussen:

appellante 2

en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

In deze zaken heeft de president van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), mr. T. Avedissian, mij bij brief van 14 juni 2018 verzocht een conclusie, als bedoeld in artikel 8:12a Algemene wet bestuursrecht (Awb), te nemen over enkele vragen die verband houden met de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang in algemene zin en in het sociaal domein in het bijzonder. De zaken zijn behandeld door een grote kamer, als bedoeld in artikel 8:10a, vierde lid, Awb.

In de conclusie worden vijf vuistregels geformuleerd die richtinggevend zouden moeten zijn bij toekomstige toepassing van het leerstuk van afgeleid belang door de bestuursrechters. Eerst en vooral is het leerstuk van afgeleid belang niet aan de orde als de derde in kwestie, naast een mogelijk afgeleid belang, een zelfstandig eigen belang heeft dat bij het besluit rechtstreeks betrokken is. Dit eigen belang kan in een andere hoedanigheid bestaan, maar bijvoorbeeld ook vanwege de reële mogelijkheid dat de derde in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend eigen belang wordt geschaad (vuistregel 1). Verder zou afgeleid belang niet aan een derde moeten worden tegengeworpen als zijn bij het besluit betrokken belang materieel niet parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene (vuistregel 2) of als de betrokkenheid van zijn rechts- of belangpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt (vuistregel 3). Afgeleid belang kan daarentegen wel aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene en zijn belang uitsluitend via een contractuele relatie met de eerstbetrokkene bij dat besluit betrokken is (vuistregel 4). Ten slotte zou de thans soms toegepaste verwevenheidscorrectie op afgeleid belang niet meer moeten worden toegepast (vuistregel 5).

Toepassing van deze vuistregels op zaak 1 en 2 leidt ertoe dat appellante 1 in zaak 1, en appellante 2 in zaak 2 als belanghebbende bij het bestreden besluit moeten worden aangemerkt.

1. Feiten en procesverloop [zaak 1]

2. Feiten en procesverloop [zaak 2]

3. Behandeling ter zitting

4. Het verzoek om conclusie

5. Inleidende beschouwingen

6. De rechtspraak

7. De literatuur

8. Mijn standpunt

9. Toepassing in de concrete zaken

10 . Conclusie