Home

Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

Geldig vanaf 1 januari 2024
Geldig vanaf 1 januari 2024

Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2024]

Aanhef

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 8 mei 1968, no. 668/372 W.J.A., gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Centrale Raad voor de Kernenergie gehoord;

Gelet op de artikelen 16, 17, 19, eerste lid, 21, 26, 73 en 76, eerste lid, van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82);

De Raad van State gehoord (advies van 10 juli 1968, no. 42);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 3 september 1969, no. 669/609 W.J.A., uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • beheer van verbruikte splijtstoffen:

    alle activiteiten die te maken hebben met het hanteren, de voorbehandeling, de behandeling, het conditioneren, de opslag, de opwerking of de eindberging van verbruikte splijtstoffen, met uitzondering van het vervoer buiten het terrein van de faciliteit;

  • bron:

    splijtstof of erts;

  • buiten-ontwerpongeval:

    ongeval waarvan de kans dat het zich voordoet geringer is dan elk van de gepostuleerde begin-gebeurtenissen en waarbij niet is uit te sluiten dat door het vrijkomen van splijtstoffen of radioactieve stoffen de bij artikel 18 vastgestelde limietwaarden voor de gepostuleerde begin-gebeurtenissen worden overschreden;

  • gehalte:

    massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen;

  • gepostuleerde begin-gebeurtenissen:

    redelijkerwijs mogelijk te achten voorvallen die bij juist functioneren van de daartoe speciaal ontworpen veiligheidssystemen tot voorzienbare bedrijfsgevolgen of ongevalsomstandigheden leiden die een besmetting of een blootstelling van de omgeving kunnen veroorzaken;

  • gevaarlijke stof:

    gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn;

  • handeling:

    handeling als genoemd in artikel 15 van de wet, niet zijnde het vervoeren van, het voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;

  • hoogactieve bron:

    hoogactieve bron als bedoeld in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;

  • ingekapselde bron:

    splijtstoffen of ertsen welke permanent in een omhulsel zijn ingekapseld, dan wel gebonden zijn in vaste vorm teneinde onder normale gebruiksomstandigheden iedere verspreiding van splijtstoffen of ertsen te voorkomen;

  • lid van de bevolking:

    een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een medische blootstelling ondergaat;

  • locatie:

    inrichting of uitrusting als bedoeld in artikel 15, onder b of c, van de wet, locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht of plaats waar een handeling wordt verricht;

  • natuurlijk uranium:

    door een chemisch scheidingsproces verkregen uranium waarin de uraniumisotopen zich in de natuurlijke verhouding bevinden;

  • nucleaire drukapparatuur:

    speciaal voor nucleair gebruik in inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet ontworpen drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken, met uitzondering van splijtstofstaven en opslag- en transportverpakkingen;

  • ondernemer:

    natuurlijke persoon, rechtspersoon of bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht of maatregel wordt uitgevoerd;

  • ontmantelingsplan:

    plan met een beschrijving van de wijze waarop een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet buiten gebruik wordt gesteld en ontmanteld;

  • Onze Minister:

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • referentiedreiging:

    lange termijnanalyse van dreigingen van diefstal van de in de bijlage genoemde splijtstoffen en ertsen dan wel van sabotage van die splijtstoffen of ertsen, of van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet;

  • schade:

    nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen;

  • Seveso-richtlijn:

    Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197);

  • splijtstof of erts bevattende afvalstof:

    splijtstof die, of erts dat krachtens artikel 19 van dit besluit in samenhang met artikel 10.7, eerste en tweede lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming als zodanig is aangemerkt en niet wordt geloosd;

  • verbruikte splijtstof:

    kernsplijtstof die bestraald is en permanent uit een reactorkern is verwijderd;

  • verrijkingsgraad:

    massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen in verrijkt uranium;

  • verrijkt uranium:

    uranium met een hoger massapercentage uranium-235 dan in natuurlijk uranium;

  • wet:

    Kernenergiewet.

2.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «activiteit», «blootstelling», «deskundige», «effectieve dosis» «eindberging», «equivalente dosis», «gezondheidsschade», «omgevingsdosisequivalent», «radiotoxiciteitsequivalent», »richtlijn 2011/77/Euratom» en «wet» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

3.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «besmetting», «lozing in de lucht», «lozing in het openbare riool» en «lozing in het oppervlaktewater» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, met dien verstande dat in plaats van «radioactieve stoffen» telkens «splijtstoffen of ertsen» wordt gelezen.

4.

[Vervallen.]

5.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «voorhanden hebben» mede verstaan: in bezit hebben, beheren, bewaren of anderszins feitelijk onder zich hebben, of het vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan, met uitzondering van het voorhanden hebben bij de opslag in verband met vervoer.

6.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 1a

Het in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde percentage van in splijtstoffen aanwezig uranium, plutonium of thorium is onderscheidenlijk een tiende, een tiende en drie, gerekend naar het gewicht.

Artikel 2

Hoofdstuk II. Aanvragen om vergunningen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3

Artikel 3a

§ 2. Aanvragen om een vergunning voor het voorhanden hebben of het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen

Artikel 4

Artikel 5

§ 3. Aanvragen om een vergunning ten aanzien van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11a

§ 4. [Vervallen per 01-10-2002]

Artikel 12 [Vervallen per 01-10-2002]

Artikel 13 [Vervallen per 01-10-2002]

Artikel 14 [Vervallen per 01-10-2002]

Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende beschikkingen ter zake van vergunningen als bedoeld in hoofdstuk II

§ 1. Beschikkingen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is

Artikel 15

§ 2. Beschikkingen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zijn

Artikel 16

Artikel 17

§ 3. Weigering van vergunningen

Artikel 18

Hoofdstuk IIIa. Algemene regels

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 30a

Artikel 30b

Artikel 30c

Artikel 30d

Artikel 30e

Artikel 30f

Artikel 30g

Hoofdstuk IV. Regelen betreffende aan een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet te verbinden voorschriften

§ 1. Voorkoming van schade.

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34 [Vervallen per 01-10-2002]

§ 2. Veiligheid van de staat

Artikel 35

§ 3. Bewaring van splijtstoffen en ertsen

Artikel 36

§ 4. [Vervallen per 01-08-2017]

Artikel 37 [Vervallen per 01-08-2017]

Artikel 38 [Vervallen per 01-08-2017]

§ 5. Het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomend voor schade, hun toegebracht

Artikel 39

§ 6. Nakoming van internationale verplichtingen

Artikel 40

Hoofdstuk IVa. Nationaal programma

Artikel 40a

Hoofdstuk V. Vrijstellingen van het in artikel 15 van de wet vervatte verbod

§ 1. Splijtstoffen en ertsen

Artikel 41

Artikel 41a

Artikel 42

Artikel 43

§ 2. Inrichtingen

Artikel 44

Hoofdstuk Va. Aanvragen om goedkeuring van financiële zekerheid en aanwijzing van nucleaire inrichtingen zonder kernreactor als bedoeld in artikel 15f van de wet

Artikel 44a

Artikel 44b

Artikel 44c

Artikel 44d

Artikel 44e

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 45

Bijlage behorende bij artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen