Home

Raad van State, 26-11-2008, BG5876, 200806499/2

Raad van State, 26-11-2008, BG5876, 200806499/2

Gegevens

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26 november 2008
ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BG5876
Zaaknummer
200806499/2

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juni 2008, kenmerk 1414674/1422614, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Werkendam bij besluit van 29 april 2008 vastgestelde wijzigingsplan "Wijzigingsplan II bestemmingsplan kern Hank [locatie 1]".

Uitspraak

200806499/2.

Datum uitspraak: 26 november 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2008, kenmerk 1414674/1422614, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Werkendam bij besluit van 29 april 2008 vastgestelde wijzigingsplan "Wijzigingsplan II bestemmingsplan kern Hank [locatie 1]".

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 november 2008, waar [een der verzoekers] is verschenen.

Voorts zijn ter zitting het college van burgemeester en wethouders van Werkendam, vertegenwoordigd door J. Boterblom, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [belanghebbende] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het wijzigingsplan is gebaseerd op artikel 22, derde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Kern Hank" (hierna: het bestemmingsplan) en voorziet in de wijziging van de bestemming "Woondoeleinden" met de aanduiding 'tuin onbebouwd' in de bestemming "Woondoeleinden", met de aanduidingen 'bouwvlak hoofdgebouw met bijgebouwen', 'tuin bebouwd' en 'tuin onbebouwd' wat betreft een onbebouwd stuk grond gelegen aan de [locatie 1] te [plaats]. Bij het bestreden besluit heeft het college het wijzigingsplan goedgekeurd.

2.3. [verzoekers], die woonachtig zijn aan de [locatie 2], kunnen zich met dit besluit niet verenigen. Ter zitting hebben [verzoekers] laten weten dat hun verzoek, gelet op de afstand van 15 meter tussen de voorziene woning en hun perceel, niet zozeer betrekking heeft op de beoogde woning maar op de mogelijkheid om bijgebouwen tot op hun perceelsgrens te bouwen. Deze mogelijkheid is in het plan geboden door middel van de aanduiding 'tuin bebouwd' voor zover toegekend aan de gronden die grenzen aan de gronden aan [locatie 2]. Volgens [verzoekers] zijn hun belangen onvoldoende in de besluitvorming betrokken. De voorziene bebouwing leidt tot een ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat en van de groene ruimte, aldus [verzoekers].

2.4. [belanghebbende] heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij op korte termijn met de bouw van de woning met bijgebouwen op de gronden aan [locatie 1] wil beginnen. Gelet hierop bestaat een spoedeisend belang bij de beoordeling van het verzoek.

2.5. Het college heeft in het bestreden besluit overwogen de gevolgen voor de omwonenden niet onevenredig te achten. Het college heeft dit standpunt niet gestaafd met onderzoeksresultaten. [verzoekers] hebben een tekening overgelegd waarop de bezonningssituatie met de voorziene bebouwing is aangegeven. Hieruit blijkt dat in de zomer in de namiddag en in het voor- en najaar gedurende de gehele dag vanwege de voorziene bebouwing geen zon meer in hun tuin komt. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit ter zitting niet bestreden. Ter zitting was het college niet aanwezig om een reactie op dit stuk te geven. De behandeling ter zitting heeft aldus niet de gewenste duidelijkheid gebracht over de gevolgen van het toestaan van bijgebouwen door middel van de aanduiding 'tuin bebouwd' zoals deze is toegekend aan de gronden grenzend aan de gronden van [verzoekers]. Deze vraag verdient in de bodemprocedure nadere aandacht.

2.6. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare ontwikkelingen aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 17 juni 2008, kenmerk 1414674/1422614, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de aanduiding 'tuin bebouwd' wat betreft de gronden die grenzen aan de gronden aan [locatie 2];

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 51,82 (zegge: eenenvijftig euro en tweeëntachtig cent); het dient door de provincie Noord-Brabant aan [verzoekers] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2008

466.