Home

Rechtbank Rotterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7885, 5265879

Rechtbank Rotterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7885, 5265879

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18 oktober 2016
Datum publicatie
23 oktober 2016
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:7885
Zaaknummer
5265879
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 653

Inhoudsindicatie

Kort geding. Arbeidsrecht. Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet in de arbeidsovereenkomst (of in een apart document dat tegelijkertijd wordt ondertekend) zijn opgenomen.

Uitspraak

zaaknummer: 5265879 VV EXPL 16-306

uitspraak: 18 oktober 2016

vonnis in kort geding op grond van artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechts-vordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Meijer Bouwservice Den Haag B.V.,

gevestigd te Teylingen,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.D. de Rooij te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

gemachtigde: mr. N.M. Niewold te Den Haag.

Partijen worden hierna ‘Meijer’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding met producties van 8 september 2016 en van de brief met producties van [gedaagde] van 27 september 2016.

De mondelinge behandeling van het kort geding vond plaats op 29 september 2016. Namens Meijer zijn bij die gelegenheid verschenen de [L.] en de heer [H.] (bei-de eigenaar), met de gemachtigde van Meijer mr. J.D. de Rooij. [gedaagde] is verschenen met zijn gemachtigde mr. N.M. Niewold en met de heer [P.], zijn nieuwe werkgever. Van hetgeen besproken is zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Beide gemachtigden hebben een pleitnota ingediend.

Het kort geding is na de mondelinge behandeling aangehouden om partijen in de gelegen-heid te stellen hun geschil in onderling overleg op te lossen. De gemachtigde van Meijer laat bij brief van 4 oktober 2016 weten dat partijen daar niet in zijn geslaagd. De uitspraak van het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2 De feiten

Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

Meijer is een bouwonderneming die zich bezighoudt met zowel nieuwbouw als ver-bouwing, renovatie en onderhoud van bestaande bouwwerken.

2.2

[gedaagde] (geboren op [geboortedatum]) is per 1 april 2015 voor de bepaalde tijd van één jaar bij Meijer in dienst getreden als vestigingsmanager. De arbeidsovereenkomst is ge-tekend op 18 februari 2015 en hierin staat, voor zover nu van belang:

Artikel 6 Geheimhouding

De werknemer verplicht zich voor alle zaken van werkgever geheimhouding te betrachten. Het is werknemer verboden, hetzij gedurende de arbeidsovereenkomst hetzij na beëindiging hiervan, op enigerlei wijze aan derden direct of indirect, in welke vorm dan ook en op welke manier dan ook, enige mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheden werkgevers onderneming betreffende of daarmee verband houdende, op straffe van een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 10.000,- in afwijking van artikel 7:650 lid 3, 4 en 5 BW, aan werkgever verschuldigd, onverminderd het recht van werkgever in plaats daarvan volledige schadevergoeding te vorderen. In afwijking van het bepaalde in artikel 650 lid 3 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, kan de boete middellijk dan wel onmiddellijk strekken tot persoonlijk voordeel van de werkgever. Overtreding zal voor werkgever een dringende reden vormen voor ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 7-678 lid 2 sub 1 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 7 Concurrentie- en relatiebeding

Het is werknemer niet toegestaan binnen een tijdvak van 1 jaar na beëindiging van de arbeids-overeenkomst werkzaam te zijn in de regio Den Haag – Haaglanden zelfstandig of bij een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van de werkgever, hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben, tenzij de werknemer daartoe voorafgaand schriftelijk toestemming van werkgever heeft gekregen, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden. Bij overtreding van de in deze bepaling omschreven verboden verbeurt werknemer een dadelijk opeisbare boete van € 10.000,- ineens en € 5.000,- voor elke dag en/of dagdeel dat werknemer in overtreding is, onverminderd het recht van werkgever om in plaats daarvan volledige schadevergoeding te vragen.

2.3

Meijer en [gedaagde] zijn op 30 maart 2015 in een aanvulling op hun arbeidsovereen-komst voor zover nu van belang het volgende overeengekomen:

• Werkgever en werknemer zijn een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan met de intentie deze in de toekomst om te zetten in een langdurige arbeidsrelatie. Het dienstverband voor bepaalde tijd wordt door werkgever en werknemer benut om te bezien of de basis voor een langdurige arbeidsrelatie, die zij beiden aanwezig achten, ook inderdaad aanwezig is.

• Mocht een van beiden tot de conclusie komen dat de grond voor een langdurige arbeidsrelatie toch niet aanwezig is en dienaangaande de overeenkomst beëindigen dan zou werknemer met de verkregen kennis omtrent relaties en bedrijfsvoering werkgever ernstige bedrijfseconomische schade kunnen berokkenen.

• Dienaangaande is derhalve het concurrentie-relatiebeding in de arbeidsovereen-komst opgenomen.

2.4

[gedaagde] heeft de arbeidsovereenkomst op 24 november 2015 tussentijds opgezegd per 1 januari 2016. [gedaagde] is vervolgens per 1 januari 2016 bij CEND in dienst getre-den. CEND houdt zich net als Meijer bezig met nieuwbouw en verbouw. CEND is een aan NLMA gelieerde onderneming.

3 Het geschil

3.1

Meijer vordert veroordeling van [gedaagde] (1) tot onverkorte nakoming van het con-currentiebeding, (2) tot onverkorte nakoming van het geheimhoudingsbeding en (3) tot beta-ling van € 200.000,00 als voorschot op de verbeurde contractuele boetes wegens overtreding van de beide bedingen, met rente en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2

[gedaagde] betwist de vordering van Meijer. Voor zover voor de beoordeling van be-lang, wordt hierna ingegaan op de stellingen van partijen.

4 De beoordeling

5 De beslissing