Rechtbank Overijssel, 26-10-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4123, 16/937
Rechtbank Overijssel, 26-10-2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4123, 16/937
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2016
- Datum publicatie
- 26 oktober 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2016:4123
- Formele relaties
- Sprongcassatie: ECLI:NL:HR:2018:2003
- Zaaknummer
- 16/937
Inhoudsindicatie
137 personenauto’s en een camper die door het Openbaar Ministerie in beslag zijn genomen gaan niet naar één van de schuldeisers of de curator van een failliete autohandel uit Almelo. Dat oordeelt de raadkamer van de rechtbank Overijssel. Het failliete autobedrijf is verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar onder andere witwassen.
Uitspraak
Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
SAS-nummer: 16/937
Datum uitspraak: 26 oktober 2016
Beschikking van de meervoudige raadkamer op het klaagschrift, op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mr. Frederikus Kolkman q.q .,
kantoorhoudende te Almelo,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
de besloten vennootschap [bedrijf] B.V.,
verder te noemen de curator.
1 Het verloop van de procedure
Het klaagschrift, gedateerd 12 oktober 2016, is op die datum door klager, verder te noemen: de curator, bij de rechtbank ingediend.
Het klaagschrift betreft het op 10 mei 2016 door de officier van justitie op grond van artikel 94 Sv onder [bedrijf] B.V., verder te noemen [bedrijf] , aan de [adres 1] en de [adres 2] gelegd beslag op 137 personenauto's.
Zakelijk weergegeven wordt geklaagd over de inbeslagneming en het uitblijven van een last tot teruggave van de hiervoor genoemde goederen.
Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 12 oktober 2016.
Bij de behandeling zijn de officier van justitie en de curator gehoord.
Verder is als belanghebbende gehoord [belanghebbende] , verder te noemen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , bijgestaan door mrs. H.T. Meijer en M.E.W.M. Rupert, beiden advocaat te Assen.
Ter zitting heeft de curator het klaagschrift aangevuld met een verzoek tot teruggave van een camper ( [kenteken] ) en van een personenauto van het merk Maserati, die op 14 juli 2016 onder [belanghebbende] voornoemd in beslag zijn genomen.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder het klaagschrift van 12 oktober 2016, de verweerschriften van de officier van justitie (in de zaak [belanghebbende] ) van 8 juni 2016 en van 11 oktober 2016, alsmede van de pleitnotities van de advocaten van [belanghebbende] en van de curator, telkens met de daarbij overgelegde bijlagen.
2 De standpunten van de curator en de officier van justitie
De standpunten van de curator en de belanghebbende
De meest verstrekkende stelling van en de curator en [belanghebbende] luidt dat het beslag op grond van artikel 33 van de Faillissementswet (Fw) is komen te vervallen door het op 15 juni 2016 uitgesproken faillissement van [bedrijf] , omdat het beslag niet anders kan worden opgevat dan als een beslag op grond van 94a Sv.
Het beslag had aanvankelijk immers kennelijk ten doel om wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen, maar de officier van justitie heeft wegens het faillissement van [bedrijf] de grondslag van het beslag gewijzigd in artikel 94 Sv.
De curator stelt voorts dat de camper en de Maserati eigendom zijn van en deel uitmaken van de handelsvoorraad van [bedrijf] .
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard en het beslag dient voort te duren wegens het strafvorderlijk belang dat is gelegen in de te vorderen verbeurdverklaring van de auto's als bijkomende straf in de strafzaak tegen [bedrijf] . De officier van justitie acht het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend de verbeurdverklaring zal uitspreken.
De officier van justitie stelt dat van de aanvang af enkel sprake is van beslag op grond van artikel 94 Sv. Weliswaar was het de bedoeling tevens conservatoir beslag te leggen, maar daarvan is afgezien in verband met het faillissement van [bedrijf] . De camper maakte volgens de RDW op 10 mei 2016 nog deel uit van de handelsvoorraad van [bedrijf] en de echte eigenaar van de Maserati lijkt [naam] te zijn.
3 De bevoegdheid van de rechtbank
De raadkamer is ingevolge art. 552a lid 4 Sv bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen nu de inbeslagneming heeft plaats gevonden in het arrondissement Overijssel.