Rechtbank Overijssel, 17-09-2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4300, 08/955239-14
Rechtbank Overijssel, 17-09-2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4300, 08/955239-14
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 17 september 2015
- Datum publicatie
- 17 september 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4300
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:3214, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 08/955239-14
Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 25-jarige man uit Enschede tot een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk. De man reed onder invloed van alcohol en met veel te hoge snelheid een 25-jarige vrouw aan toen zij te voet de weg overstak. Naast de straf moet hij de vriend van het slachtoffer, die het ongeluk voor zijn ogen zag gebeuren, een schadevergoeding van ruim 35.000 euro betalen en mag hij 4 jaar lang geen auto besturen.
Uitspraak
Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/955239-14
Datum vonnis: 17 september 2015
Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] , [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 juli 2015 en 3 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Agelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking onder feit 1 komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto onder invloed van alcohol, een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij [slachtoffer] om het leven is gekomen (primair), dan wel dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan rijden onder invloed van alcoholhoudende drank en hierbij gevaar op de weg heeft veroorzaakt en het verkeer heeft gehinderd.
De verdenking onder feit 2 komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan rijden onder invloed van alcohol.
Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 13 april 2014 te Enschede,
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto, Opel Corsa, kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg,
de Zuid Esmarkerrondweg, ter hoogte van een aldaar in die weg gelegen
(voetgangers) oversteekplaats,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend
en/of onachtzaam heeft gereden,
hierin bestaande dat verdachte,
terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van
een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, en/of
terwijl het zicht ter plaatse en/of het uitzicht van verdachte niet werd
belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of
aldaar op die weg met een (veel) hogere snelheid heeft gereden dan de ter
plaatse toegestane snelheid van 50 km/h, en/of
(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen
weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven
letten, en/of
(vervolgens) ter hoogte van die oversteekplaats zijn snelheid niet, althans in
onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of
plaatselijke omstandigheden), en/of
(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij,
verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen
de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of
(vervolgens) aldaar is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een
voetganger die doende was (op voormelde oversteekplaats) de weg over te steken,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] )
werd gedood,
terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8
tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994
en/of
zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij,
verdachte, een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige
mate heeft overschreden;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou
kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op of omstreeks 13 april 2014 te Enschede als bestuurder van een voertuig
(personenauto), daarmee rijdende op de weg, Zuid Esmarkerrondweg,
terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van
een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, en/of
terwijl het zicht ter plaatse en/of het uitzicht van verdachte niet werd
belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of
aldaar op die weg met een (veel) hogere snelheid heeft gereden dan de ter
plaatse toegestane snelheid van 50 km/h, en/of
(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen
weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven
letten, en/of
(vervolgens) ter hoogte van die oversteekplaats zijn snelheid niet, althans in
onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of
plaatselijke omstandigheden), en/of
(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij,
verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen
de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of
(vervolgens) aldaar is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een
voetganger die doende was (op voormelde oversteekplaats) de weg over te steken,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 13 april 2014 te Enschede,
als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd,
na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van
verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid,
aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,78 milligram, in elk geval
hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
3 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder feit 1 primair tenlastegelegde misdrijf, in de variant van grove schuld, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan verdachte dient verder een ontzegging van de rijbevoegdheid te worden opgelegd voor de duur van vier (4) jaar.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde. De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot toewijzing van de civiele vordering van [benadeelde] , met oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.