Home

Rechtbank Noord-Nederland, 02-02-2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:2297, 18.750068-15

Rechtbank Noord-Nederland, 02-02-2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:2297, 18.750068-15

Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 februari 2016 een man veroordeeld voor het medeplegen van dealen in cocaïne en heroïne voor een periode van acht maanden en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. De rechtbank acht heeft de landelijke oriëntatiepunten als uitgangspunt genomen bij het opleggen van de straf. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750068-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 februari 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Libanon),

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in [verblijfadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van maart 2015 tot en met 13 oktober 2015 in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in woningen aan [adres 1] en/of [adres 2] en/of [adres 3] ) bolletjes en/of brokken/poeder van materialen bevattende heroïne en/of cocaïne, in ieder geval van middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

Beoordeling van het bewijs

Redengeving bewezenverklaring

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van verdachte

Strafmotivering

Inbeslaggenomen goederen

Toepassing van wetsartikelen

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: