Home

Rechtbank Gelderland, 31-08-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5451, 403824

Rechtbank Gelderland, 31-08-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5451, 403824

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31 augustus 2022
Datum publicatie
29 september 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:5451
Zaaknummer
403824

Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Bevel tot medewerking aan een arbeidsdeskundig onderzoek.

Uitspraak

beschikking

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rekestnummer: C/05/403824 / HZ RK 22-19

Beschikking van 31 augustus 2022

in de zaak van

[verzoeker/verw.tegenverzoek] ,

wonende te [plaats] ,

verzoeker, verweerder in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,

advocaat mr. J. van Meerkerk te Dordrecht,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,

advocaat mr. J.L.S.M. van Esser te Arnhem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift

-

het verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,

-

de brief van mr. Van Meerkerk van 4 juli 2022 met daarbij de producties 11 tot en met 14

-

productie 5 van de zijde van Achmea;

-

de brief van 8 juli 2022 van mr. Van Meerkerk met daarbij productie 15;

-

de mondelinge behandeling op 13 juli 2022, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier.

1.2.

Vervolgens is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 18 juli 2017 is [verzoeker/verw.tegenverzoek] een ongeval overkomen. [verzoeker/verw.tegenverzoek] stond op het moment van het ongeval met zijn bedrijfsauto met aanhangwagen stil voor een rood verkeerslicht. Een andere automobilist is achterop de aanhangwagen van [verzoeker/verw.tegenverzoek] gereden, waardoor die aanhangwagen los is geschoten en op de bedrijfswagen van [verzoeker/verw.tegenverzoek] is gebotst.

2.2.

De automobilist die [verzoeker/verw.tegenverzoek] heeft aangereden was voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea.

2.3.

[verzoeker/verw.tegenverzoek] heeft na het ongeval nekklachten gekregen. In 2018 is het [verzoeker/verw.tegenverzoek] in de rug geschoten tijdens de uitvoering van een revalidatieoefening.

2.4.

De rug- en nekklachten zijn door middel van een orthopedische expertise van orthopedisch chirurg R [betrokkene 1] (hierna: ‘ [betrokkene 1] ’) vastgesteld. Verzekeringsgeneeskundige [betrokkene 2] (hierna: ‘ [betrokkene 2] ’) heeft FML’s opgesteld en arbeidsdeskundige [betrokkene 3] (hierna: ‘ [betrokkene 3] ’) heeft zich aan de hand van de FML’s uitgelaten over de mate van arbeidsongeschiktheid van [verzoeker/verw.tegenverzoek] ten gevolge van de rugklachten. Deze deskundigen hebben hun werk gedaan in opdracht van Movir, de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar van [verzoeker/verw.tegenverzoek] .

2.5.

Op 20 oktober 2020 is [verzoeker/verw.tegenverzoek] een deelgeschil gestart ter beslechting van het geschil tussen partijen over het causaal verband.

2.6.

In de beschikking van 12 maart 2021 heeft de rechtbank voor recht verklaard dat dat de nekklachten en rugklachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen in causaal verband staan met het ongeval van 18 juli 2017.

2.7.

De rechtbank heeft in de beschikking het volgende overwogen: “ 4.8. Vervolgens ligt ter beoordeling voor tot welke beperkingen de ongevalgerelateerde klachten van [verzoeker/verw.tegenverzoek] leiden. [verzoeker/verw.tegenverzoek] is onderzocht door verzekeringsgeneeskundige [betrokkene 2] . [betrokkene 2] heeft FML’s opgesteld op basis van zowel de nek- als de rugklachten. Op basis daarvan kan worden vastgesteld of de door [verzoeker/verw.tegenverzoek] ondervonden klachten tot beperkingen leiden en zo ja, tot welke beperkingen.

De rechtbank leidt uit de FML’s af dat [verzoeker/verw.tegenverzoek] beperkingen heeft ten aanzien van het dragen van beschermende middelen, trillingsbelasting, duwen of trekken, tillen of dragen, frequent zware lasten hanteren tijdens het werk, hoofdbewegingen maken, boven schouderhoogte actief zijn, het hoofd in een bepaalde stand houden tijdens het werk, buigen, frequent buigen tijdens het werk, lopen tijdens het werk, traplopen, klimmen, zitten, zitten tijdens het werk, staan, staan tijdens het werk en gebogen en/of getordeerd actief zijn.

(…)

4.10.

Onder III. vordert [verzoeker/verw.tegenverzoek] een verklaring voor recht dat Achmea gehouden is de ten gevolge van de nek- en rugklachten van [verzoeker/verw.tegenverzoek] en de daaruit voortvloeiende beperkingen geleden en nog te lijden schade volledig aan [verzoeker/verw.tegenverzoek] te vergoeden. Een dergelijke (ruim geformuleerde) verklaring voor recht kan in dit stadium niet worden toegewezen. Met Achmea is de rechtbank van oordeel dat in het kader van de berekening van het verlies aan verdienvermogen nog aanvullend onderzoek nodig is. Het in het rapport van arbeidsdeskundige [betrokkene 3] op basis van enkel de rugklachten vastgestelde percentage arbeidsongeschiktheid in het kader van de arbeidsongeschiktheidsverzekering is niet zonder meer toepasbaar op de bepaling van de (civiele) schade in de zin van verlies aan verdienvermogen. Ook is nog onduidelijk in hoeverre de degeneratieve afwijkingen en artrose aan de halswervelkolom, alsmede de eerdere rugklachten van [verzoeker/verw.tegenverzoek] invloed hebben op de schadebegroting. Dit gaat het bestek van deze deelgeschilprocedure te buiten.

2.8.

Naar aanleiding van deze beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker/verw.tegenverzoek] op 29 april 2021 per brief aan Achmea het volgende voorstel gedaan:

Ik heb mevrouw [betrokkene 4] van de [bedrijf betrokkene 4] bereid gevonden als arbeidsdeskundige op te treden. Zij zal onderzoek kunnen doen naar:

- Mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van de nekklachten en hiermee samenhangende beperkingen;

- Mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van de rugklachten en hiermee samenhangende beperkingen;

- Mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van de rug- en nekklachten en hiermee samenhangende beperkingen.

Would be:

Wat zou de ontwikkeling geweest zijn van de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van nekklachten of rugklachten in de hypothetische situatie zonder ongeval?

Het uitgangspunt voor het arbeidsdeskundig onderzoek betreft de weging van belasting en belastbaarheid. Voor de belastbaarheid wordt uitgegaan van de bevindingen van verzekeringsgeneeskundige [betrokkene 2] en het oordeel van de deelgeschilrechter (r.o. 4.8).

Het door arbeidsdeskundige mevrouw [betrokkene 4] van de [bedrijf betrokkene 4] (hierna te noemen: ‘ [betrokkene 4] ’ en ‘De Bureaus’) voorgestelde onderzoek wordt hierna mede het ‘plan van aanpak’ genoemd.

2.9.

Op 16 juli 2021 heeft Achmea het voorstel van [verzoeker/verw.tegenverzoek] afgewezen en meegedeeld dat zij een schaderegelaar zal inschakelen.

2.10.

Op 1 februari 2022 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de advocaat van [verzoeker/verw.tegenverzoek] en de door Achmea ingeschakelde schaderegelaar, de heer [betrokkene 5] van [bedrijf betrokkene 5] .

2.11.

Op 4 maart 2022 heeft [verzoeker/verw.tegenverzoek] Achmea verzocht om binnen een week het verslag van de bespreking op 1 februari 2022 aan te bieden, een visie te geven op de verdere vaststelling van de schade van [verzoeker/verw.tegenverzoek] , eventueel een voorstel te doen ter regeling van de schade en verzocht het toegezegde voorschot van € 25.000,00 te betalen.

2.12.

Op 10 maart 2022 heeft Achmea het voorschot aan [verzoeker/verw.tegenverzoek] betaald en voor het overige aangekondigd zo spoedig mogelijk op de zaak terug te komen.

2.13.

Op 20 april 2022 heeft [verzoeker/verw.tegenverzoek] - onder toezending van het concept verzoekschrift deelgeschil - aan Achmea meegedeeld dat het hem raadzaam lijkt dat het in april 2021 voorgestelde arbeidsdeskundig onderzoek zal plaatsvinden en Achmea om een reactie hierop verzocht.

2.14.

Op 28 april 2022 heeft Achmea per e-mail als volgt gereageerd:

Voortgang dossier

De schaderegelaar [betrokkene 5] heeft ons in overweging gegeven een op pragmatische gronden u een regelingsvoorstel te doen. Gezien de aard en de omvang van het letsel wordt het dossier intern besproken. Helaas kan ik nog niet het voorstel doen.

Achmea komt op korte termijn bij u op deze zaak terug. (…)

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker/verw.tegenverzoek] verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Achmea te bevelen om in het minnelijk traject haar medewerking te verlenen aan de uitvoering van een arbeidsdeskundig onderzoek door arbeidsdeskundige mevrouw [betrokkene 4] van de [bedrijf betrokkene 4] conform het op 29 april 2021 door [verzoeker/verw.tegenverzoek] aan Achmea aangeboden onderzoek ‘Plan van aanpak en kostenbegroting arbeidsdeskundig onderzoek de heer [verzoeker/verw.tegenverzoek] ’ (bijlage 3 verzoekschrift, hierna: Plan van aanpak);

II. te beslissen dat Achmea op grond van artikel 6:96 lid 2 BW de kosten van het onder I. bedoelde deskundigenonderzoek draagt;

III. de kosten van het deelgeschil, waaronder de buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 lid 2 sub b BW, te begroten en Achmea in deze kosten te veroordelen.

3.2.

[verzoeker/verw.tegenverzoek] legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. Ter vaststelling van de omvang van de schade van [verzoeker/verw.tegenverzoek] is een arbeidsdeskundig onderzoek nodig. [verzoeker/verw.tegenverzoek] heeft Achmea op 29 april 2021 een voorstel gedaan tot benoeming van [betrokkene 4] . Achmea wil niet meewerken aan de uitvoering van het onderzoek door [betrokkene 4] . [verzoeker/verw.tegenverzoek] heeft er daarom belang bij dat de rechtbank Achmea beveelt om mee te werken. Het arbeidsdeskundig onderzoek is nodig voor de vaststelling van het verlies aan verdienvermogen van [verzoeker/verw.tegenverzoek] als gevolg van de door hem opgelopen nek- en rugklachten en daaruit voortvloeiende beperkingen. Achmea is daarom gehouden de kosten van het onderzoek te dragen.

Een beslissing op het verzoek kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

3.3.

Achmea heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker/verw.tegenverzoek] omdat het in feite neerkomt op een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht waarvoor de deelgeschilprocedure niet is bedoeld. Bovendien heeft te gelden dat Achmea het ermee eens is dat er een arbeidsdeskundige moet worden benoemd, voor een bevel tot medewerking ontbreekt dan ook het belang. Subsidiair voert Achmea verweer tegen de door [verzoeker/verw.tegenverzoek] voorgestelde persoon van de deskundige, [betrokkene 4] , en het Plan van aanpak. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat het verzoek van [verzoeker/verw.tegenverzoek] voor behandeling in een deelgeschilprocedure in aanmerking komt, verzoekt Achmea bij wege van zelfstandig tegenverzoek dat de rechtbank zal bepalen dat [betrokkene 2] , alvorens een arbeidsdeskundige zijn/haar onderzoek kan starten, zijn (niet ongevalsgerelateerde) FML dient te actualiseren met de ongevalsvreemde knieklachten.

3.4.

Achmea legt aan het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek het volgende ten grondslag. [verzoeker/verw.tegenverzoek] is eind 2014 geopereerd aan zijn knie, waarbij een voorstekruisbandconstructie en een operatie aan zijn meniscus zijn verricht. Volgens Achmea hebben deze operaties tot een blijvende verminderde belastbaarheid geleid. [betrokkene 2] heeft in zijn (niet ongevalsgerelateerde) FML niet deze ongevalsvreemde knieklachten van [verzoeker/verw.tegenverzoek] betrokken, terwijl dit volgens Achmea wel van belang is, omdat deze evengoed tot beperkingen hebben geleid en onbetwist niet verbonden zijn met het ongeval.

3.5.

[verzoeker/verw.tegenverzoek] heeft geconcludeerd tot afwijzing van het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek.

3.6.

Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna indien nodig worden ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing