Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5290, 16/03585

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5290, 16/03585

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30 november 2017
Datum publicatie
12 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:5290
Zaaknummer
16/03585
Relevante informatie
Wet ruimtelijke ordening [Tekst geldig vanaf 01-07-2021 tot 01-01-2024] [Regeling ingetrokken per 2024-01-01] art. 3.1

Inhoudsindicatie

Aanslag leges. De aanvraag is getoetst aan de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Naar het oordeel van het Hof heeft de gemeenteraad tijdig het bestemmingsplan 2013 vastgesteld, zodat in het onderhavige geval de legessanctie van artikel 3.1, lid 4, van de Wet ruimtelijke ordening niet aan de orde is. De tienjaarstermijn vangt aan bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Wat er na de vaststelling gebeurt, een aanwijzing van Gedeputeerde Staten en/of vernietiging door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State laat onverlet dat een bestemmingsplan door de gemeenteraad is vastgesteld. Het hoger beroep van de Heffingsambtenaar is gegrond.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 16/03585

Uitspraak op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Sint Anthonis,

hierna: de Heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 4 juli 2016, nummer SHE 15/2695, in het geding tussen

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

en

de Heffingsambtenaar,

betreffende de hierna te vermelden legesaanslag.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is op 8 april 2015 onder aanslagnummer [aanslagnummer] een legesaanslag opgelegd inzake de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een luchtwasser, het wijzigen van stal 7, 8 en 9 en het veranderen van de varkenshouderij (revisie) op het perceel [adres] 12 en 12A te [vestigingsplaats] , naar een bedrag van € 3.926,82 (hierna: de aanslag). Bij uitspraak op bezwaar van 29 juli 2015 heeft de Heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd.

1.2.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 331. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag vernietigd, teruggave van het door belanghebbende betaalde griffierecht gelast en een proceskostenvergoeding toegekend van € 1.238.

1.3.

Tegen deze uitspraak heeft de Heffingsambtenaar hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

De Heffingsambtenaar heeft schriftelijk gerepliceerd en belanghebbende heeft schriftelijk gedupliceerd.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 23 oktober 2017 te ‘s-Hertogenbosch.

Aldaar zijn toen verschenen en gehoord, als gemachtigde van belanghebbende, de heer [A] , werkzaam bij [B] , alsmede de Heffingsambtenaar, de heer [C] , tot bijstand vergezeld van mevrouw [D] en als gemachtigde de heer [E] , advocaat bij [F] N.V. te [G] .

1.6.

Het Hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.7.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan:

2.1.

Belanghebbende heeft op 7 oktober 2014 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting (revisie) en het bouwen van een luchtwasser, het wijzigen van de compartimentering van stal 7, het legaliseren van de nokhoogte van de stallen 7, 8 en 9, het legaliseren van de maatvoering van loods 7 en het oprichten van een overkapping. De aanvraag is geregistreerd onder nummer [nummer] .

2.2.

Bij brief van 20 november 2014 heeft het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: het college van B&W) belanghebbende meegedeeld dat de aanvraag is getoetst op ontvankelijkheid en globaal is getoetst aan de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint Anthonis 2013’. In voormelde brief is onder meer het volgende vermeld:

Ontvankelijkheid

Wij hebben uw aanvraag getoetst aan de daarvoor geldende indieningsvereisten, zoals deze zijn opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). De aanvraag is voor wat betreft de activiteit milieu door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) getoetst op ontvankelijkheid en volledigheid. Een inhoudelijke toets van de aanvraag is nog niet uitgevoerd door de ODBN.

De conclusie is dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. De volgende gegevens ontbreken en/of voldoen niet en dienen door u te worden aangeleverd en/of aangepast: (….).”.

2.3.

Bij brief van 14 januari 2015 heeft het college van B&W belanghebbende meegedeeld dat de ingediende aanvullingen globaal zijn beoordeeld.

In deze brief is onder meer het volgende opgenomen:

“Na een eerste globale beoordeling van de ingediende aanvullingen komen wij tot de conclusie dat de aanvraag niet volledig is en derhalve (nog) niet verder inhoudelijk kan worden getoetst.

(….)

Wij hebben de gevraagde aanvullende gegevens, die nodig zijn ter beoordeling van uw aanvraag, niet volledig ontvangen en wij kunnen, op basis van de eerder ingediende stukken, uw aanvraag niet beoordelen. Wij zijn voornemens om uw aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling te laten. Wij zijn echter bereid om u nog een termijn van 4 werkdagen te gunnen, dat wil zeggen tot en met 20 januari 2015, om de aanvraag aan te vullen met de in deze brief genoemde gegevens om tot een ontvankelijke aanvraag te komen (….).”.

2.4.

In de brief van 11 maart 2015 van het college van B&W is onder meer het volgende vermeld:

“Wij hebben deze aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan. In 2013 is het bestemmingsplan “Buitengebied Sint Anthonis 2013” vastgesteld. Uw perceel is hierin toen bestemd tot ‘Agrarisch-Intensieve veehouderij’. Op 4 februari 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de plandelen met de bestemming ‘Agrarisch-Intensieve veehouderij’ vernietigd. Deze uitspraak heeft tot gevolg dat vanaf nu het bestemmingsplan “Buitengebied 2000” weer van toepassing is op het perceelsgedeelte van uw bedrijf, dat bestemd was tot ‘Agrarisch-Intensieve veehouderij’. (….).

Ontvankelijkheid

Wij hebben uw aanvraag getoetst aan de daarvoor geldende indieningsvereisten, zoals deze zijn opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). De conclusie is dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. De volgende gegevens ontbreken en/of voldoen niet en dienen door u te worden aangeleverd en/of aangepast: (….).”.

2.5.

Bij brief van 25 maart 2015 heeft het college van B&W belanghebbende onder meer het volgende meegedeeld:

“Op 18 maart 2015 hebben wij 2 documenten ontvangen als aanvulling op de aanvraag. Deze aanvullende gegevens zijn onderling niet eenduidig en wijken af van het aanvraagformulier. Daarnaast zijn de in onze brief van 11 maart 2015 genoemde gegevens niet, of niet volledig aangeleverd.(…).”.

2.6.

Bij brief van 3 april 2015 heeft het college van B&W belanghebbende onder meer het volgende bericht:

“Op 18 maart 2015 hebben wij twee documenten ontvangen als aanvulling op de aanvraag. Uit de toelichting en de tekening blijkt dat u droge bijproducten gaat verstrekken aan de zeugen. De opslag voor deze bij- en nevenproducten uit de voedingsindustrie bedraagt meer dan 1.000m³ waardoor het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag voor deze aanvraag wordt. Om die reden hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning doorgestuurd naar GS van de provincie Noord-Brabant. Zij zullen de behandeling van uw aanvraag vanaf dit punt van ons overnemen. Hiermee sluiten wij deze procedure af.(…)”.

In voormelde brief is tevens gespecificeerd dat belanghebbende een bedrag van € 3.926,82 aan leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag verschuldigd is. Het bedrag aan leges is als volgt gespecificeerd:

Bouwkosten € 55.000

Leges activiteit bouwen

€ 2.100,00

Vermindering leges toetsing bestemmingsplan ouder dan 10 jaar (-10%)

- € 210,00

Leges activiteit handelen in strijd met regels RO (kruimel)

€ 400,00

Verhoging leges achteraf ingediende aanvraag + 15%

€ 343,50

Leges toetsing LJN Vr2014/BZV

€ 1.500,00

Vermindering leges i.v.m. digitale indiening aanvraag (-5%)

- € 206,68

Totaal

€ 3.926,82

2.7.

De Legesverordening 2014 (hierna: de Verordening) van de gemeente Sint Anthonis, luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Artikel 2

Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

(...)

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3

Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst (...).

(...)

Artikel 5

Maatstaven van heffing en tarieven

1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

(...)”.

2.8.

In de bij de Verordening behorende Tarieventabel is voor zover van belang het volgende vermeld:

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

(….)

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

2.3.1

Bouwactiviteiten

2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

(...)

2.3.1.1.6 indien de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen, doch minder dan

€ 100.000,00 € 1.900,00

vermeerderd met: (over het bedrag dat de 50.000,00 te boven wordt gegaan) 4,00%

2.3.18.

Toetsing zorgvuldige veehouderij (Verordening ruimte 2014)/Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

2.3.18.

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het extra tarief, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van de Verordening ruimte 2014 getoetst moet worden aan de Toetsing Zorgvuldige veehouderij en/of de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV): € 1.500,-- ”.

2.9.

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint Anthonis 2013’ is door de gemeenteraad van Sint Anthonis vastgesteld op 17 juni 2013. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord- Brabant (hierna: GS) hebben daarna op grond van artikel 3.8, lid 6 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) een aanwijzing gegeven die onder meer betrekking heeft op het perceel van belanghebbende. De aanwijzing is ingetrokken op 20 oktober 2014. Op 4 februari 2015 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) onderdelen van voormeld bestemmingsplan vernietigd als gevolg waarvan voor die vernietigde onderdelen het voorheen geldende bestemmingsplan uit 2000 opnieuw in werking trad. Belanghebbendes perceel ligt in een van de vernietigde onderdelen.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Belanghebbende is van mening dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. De Heffingsambtenaar is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2.

Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Heffingsambtenaar concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en ongegrondverklaring van het bij de Rechtbank ingestelde beroep.

4 Gronden

5 Beslissing