Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2174, 200.281.175/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2174, 200.281.175/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:2174
Zaaknummer
200.281.175/01

Inhoudsindicatie

Vernietiging erkenning. Het hof houdt niet vast aan de strikte termijn van artikel 1:205 lid 4 BW en acht deze termijn in de gegeven omstandigheden in strijd met artikel 8 EVRM.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.281.175/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 242244)

beschikking van 4 maart 2021

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. F.A. de Munnik-Hoogendoorn.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [B] ,

verder te noemen: de moeder.

Bij de aanvang van de procedure in hoger beroep is naast de moeder als belanghebbende aangemerkt de juridische vader van de man: [C] , geboren [in] 1947 (hierna: [C] ). [C] is [in] 2021 overleden, waardoor zijn positie als belanghebbende is komen te vervallen.

1 1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 26 mei 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 23 juli 2020;

- een brief van de moeder en [C] van 2 december 2020;

- een journaalbericht van mr. De Munnik-Hoogendoorn van 13 januari 2021 met productie(s);

- een brief van de moeder van 14 januari 2021;

- een journaalbericht van mr. De Munnik-Hoogendoorn van 27 januari 2021 met productie(s);

- een brief van de moeder van 28 januari 2021.

2.2

Het hof heeft om proces-technische redenen aanleiding gezien eerst het (hieronder nader te noemen) verzoek in hoger beroep tot vernietiging van de erkenning te behandelen en pas daarna -afhankelijk van de uitkomst daarvan- het verzoek tot vaststelling vaderschap van (eveneens nader te noemen) [D] . Om die reden heeft het hof afwijzend beslist op het schriftelijk verzoek van 20 augustus 2020 van mr. D.W.J. Leijs, advocaat van de zonen van [D] , om hen reeds in deze fase van de procedure als belanghebbenden dan wel als informanten aan te merken.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 1 februari 2021 plaatsgevonden.

De man is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Een van de raadsheren heeft via een Skype-verbinding deelgenomen aan de zitting.

Ter zitting heeft mr. De Munnik-Hoogendoorn mede het woord gevoerd aan de hand van de door haar overgelegde pleitnota.

3 De feiten

3.1

De man is [in] 1978 geboren als zoon van de moeder. [in] 1988 is de moeder gehuwd met [C] en is de man erkend door [C] . De man heeft daarbij ook de geslachtsnaam [C] gekregen.

3.2

Volgens een DNA-verwantschapsanalyse van [E] van 15 september 2016 is [D] (verder te noemen: [D] ) met een kans van 99,9997% de biologische vader van de man.

3.3

De man heeft op 3 januari 2020 de rechtbank verzocht -voor zover in hoger beroep nog van belang- de erkenning van de man door [C] te vernietigen, het vaderschap van de biologische vader van de man, [D] , gerechtelijk vast te stellen en vast te stellen dat de man heeft verklaard dat hij de geslachtsnaam van zijn biologische vader, [D] , zal hebben.

3.4

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning omdat de in artikel 1:205 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde termijn voor de vernietiging van de erkenning is verstreken. Omdat de man door de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning, is de rechtbank niet toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de (overige) verzoeken.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing