Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-08-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7135, 200.201.644/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-08-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7135, 200.201.644/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
7 augustus 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:7135
Zaaknummer
200.201.644/01

Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Payrollconstructie na drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (voor 1 juli 2015). Constructie gehanteerd met enkele doel onder om onder bescherming ketenregeling uit te komen. Dit verhindert in dit geval niet dat met oude werkgever arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.201.644/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 4349835)

arrest van 7 augustus 2018

in de zaak van

Taxi Dorenbos Drenthe B.V.,

voorheen geheten Taxi- en Bergingsbedrijf Dorenbos B.V.,

gevestigd te Assen,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: Taxi Dorenbos,

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [A] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. J.J.L.M. Johannink, kantoorhoudend te Coevorden.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 15 juni 2016 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 september 2016 tegen 14 maart 2017;

- het exploot tot vervroeging van de eerste roldag naar 8 november 2016;

- de memorie van grieven van Taxi Dorenbos van 17 januari 2017;

- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] ;

- het op 6 juli 2018 ontvangen rolbericht van [geïntimeerde] met 14 producties;

- de op 25 juli 2018 gehouden comparitie, bepaald bij tussenarrest van 9 januari 2018, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

2.2

Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd op de stukken voor de comparitie aangevuld met het proces-verbaal, en heeft het hof de datum voor arrest bepaald op 9 oktober 2018 of zoveel eerder als mogelijk is.

2.3

Dorenbos heeft, kort weergegeven, gevorderd het vonnis van 15 juni 2016 te vernietigen en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

- alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] af te wijzen;

- de vordering in reconventie volledig toe te wijzen;

- [geïntimeerde] te veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen Taxi Dorenbos ter uitvoering van het bestreden vonnis heeft betaald, met wettelijke rente vanaf betaling;

- [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties met nasalaris en vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen arrest.

3 De feiten

3.1

Tussen partijen staat in hoger beroep het volgende vast.

3.2

[geïntimeerde] , geboren [in] 1962, is [in] 2011 als taxichauffeur bij

Taxi Dorenbos in dienst getreden voor de duur van zes maanden. De overeenkomst eindigde

[in] 2012. Deze arbeidsovereenkomst is tweemaal zonder onderbreking voor bepaalde tijd verlengd: van 6 maart 2012 tot en met 5 maart 2013 en van 6 maart 2013 tot en met 4 september 2014.

Op deze arbeidsovereenkomsten was de CAO voor Taxivervoer (verder: de Taxi-cao) van toepassing.

3.3

Op 8 augustus 2014 heeft [geïntimeerde] een gesprek gehad met [B] , hoofd P&O van Taxi Dorenbos (hierna: [B] ), en op het kantoor van Taxi Dorenbos een 'Aanmeldformulier medewerker en contract' van Talent4Taxi Diensten (hierna: T4T) ondertekend, welk formulier door Taxi Dorenbos is geprint. Dit formulier is noodzakelijk om, zoals in het formulier staat, de medewerker in te voeren in de database van T4T en een arbeidsovereenkomst op te stellen. In dit formulier is [geïntimeerde] aangeduid als payroll-medewerker. In het formulier staat ook dat er pas een arbeidsovereenkomst met T4T tot stand komt na ondertekening van de nog te ontvangen overeenkomst en wanneer T4T deze weer ontvangen heeft.

Bij het gesprek, het invullen van het formulier en het ondertekenen daarvan is geen

medewerker van T4T aanwezig geweest. [geïntimeerde] was niet als werkzoekende ingeschreven

bij T4T.

3.4

T4T heeft [geïntimeerde] op 28 augustus 2014 een set stukken toegestuurd waaronder een door de directeur van PSC Backoffice Services 201 B.V. (met als handelsnaam T4T) ondertekende 'arbeidsovereenkomst fase B' voor bepaalde tijd van 5 september 2014 tot en met 4 december 2014 en een 'uitzendbevestiging'. In die uitzendbevestiging staat dat Taxi Dorenbos opdrachtgever is. De arbeidsovereenkomst vermeldt dat het een uitzendovereenkomst is als bedoeld in artikel 7:690 BW en een detacheringsovereenkomst fase B, zoals omschreven in artikel 13 lid 2 van de CAO voor Uitzendkrachten, en dat het uitzendbeding op deze overeenkomst niet van toepassing is. In de artikelen 3.2 en 3.3 van de arbeidsovereenkomst is, voor zover hier van belang, opgenomen dat voor de einddatum schriftelijk of per e-mail wordt bericht 'of we het contract willen verlengen'. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege en zonder dat opzegging vereist is, 'de dag voordat je zou instromen in fase C van de CAO' of als niet schriftelijk of per mail is meegedeeld dat het contract verlengd wordt.

De CAO voor Uitzendkrachten van de ABU is van toepassing verklaard op de arbeidsovereenkomst.

[geïntimeerde] heeft de arbeidsovereenkomst ondertekend en aan T4T geretourneerd.

3.5

Per e-mail van 28 november 2014 heeft T4T aan [geïntimeerde] bericht dat de arbeidsovereenkomst met drie maanden wordt verlengd tot 4 maart 2015.

Medio februari 2015 heeft [geïntimeerde] van [B] te horen gekregen dat Taxi Dorenbos [geïntimeerde] na 5 maart 2015 niet meer zou inzetten als chauffeur. Via zijn advocaat heeft [geïntimeerde] vervolgens laten weten ervan uit te gaan dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat tussen hem en Taxi Dorenbos. [B] heeft dat betwist en aangegeven dat PSC Backoffice Services 201 B.V. de juridische werkgever van [geïntimeerde] is.

3.6

[geïntimeerde] heeft van 4 september 2014 tot en met 4 maart 2015 dezelfde werkzaamheden bij Taxi Dorenbos verricht als voor die tijd.

3.7

Op vordering van [geïntimeerde] heeft de kantonrechter in Assen, bij vonnis in kort geding van 1 mei 2015, Taxi Dorenbos uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld:

- [geïntimeerde] toe te laten tot zijn werkzaamheden als taxichauffeur op straffe van een dwangsom,

- tot loonbetaling vanaf 5 maart 2015 met wettelijke rente en wettelijke verhoging van maximaal 25% en tot betaling van de proceskosten.

Taxi Dorenbos heeft geen hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis in kort geding.

[geïntimeerde] is per 8 mei 2015 weer bij Taxi Dorenbos aan het werk gegaan. Ten tijde van de comparitie bij het hof was die situatie niet veranderd.

3.8

Op vragen van het hof heeft [B] verklaard dat de groep waar Taxi Dorenbos deel van uitmaakt, nu ongeveer 800 personeelsleden heeft, waarvan 50% uitzendkracht is. De helft van het eigen personeel is in tijdelijke dienst. De constructie die bij [geïntimeerde] is toegepast is bij tientallen andere collega's van [geïntimeerde] gehanteerd. Deze zaak is voor Taxi Dorenbos een principezaak.

4 De vorderingen en beoordeling in eerste aanleg

5 De beoordeling in hoger beroep

6 De beslissing