Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-04-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2918, 200.134.314-01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-04-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2918, 200.134.314-01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 april 2014
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:2918
Zaaknummer
200.134.314-01

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid van het beroep. Kostenveroordeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.134.314/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 86985/FA RK 11-1463)

beschikking van de familiekamer van 8 april 2014

inzake

[de man],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

voorheen advocaat: mr. M. Alta, kantoorhoudend te Hoogeveen,

thans zonder advocaat,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.T. van Daatselaar, kantoorhoudend te Hoogeveen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de (toenmalige) rechtbank Assen van 28 september 2011, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 25 september 2013;

- het verweerschrift, ingekomen op 16 december 2013;

- een journaalbericht met bijlagen van mr. Alta van 3 oktober 2013, ingekomen op 7 oktober 2013;

- een journaalbericht met bijlagen van mr. Alta van 4 november 2013, ingekomen op 5 november 2013;

- een journaalbericht met bijlage van mr. Alta van 11 maart 2014, ingekomen op 11 maart 2014.

2.2

Het hof heeft geen kennisgenomen van het journaalbericht met bijlagen van mr. Van Daatselaar van 15 maart 2014, nu deze niet op de juiste wijze is ingediend.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 25 maart 2014 plaatsgevonden. Verschenen is mr. Daatselaar. Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de man niet verschenen. Evenmin is de vrouw verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is op [geboortedatum] in de gemeente [woonplaats] geboren de thans nog minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige]). De man heeft de minderjarige erkend. De minderjarige heeft het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.2

Bij inleidend verzoekschrift van 30 mei 2011 heeft de vrouw de rechtbank verzocht te bepalen dat de man met ingang van 7 februari 2011 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 7 februari 2011 dient te voldoen. Bij aanvullend verzoekschrift van 19 augustus 2011 heeft de vrouw verzocht deze bijdrage met ingang van 7 februari 2011 op € 350,- per maand te bepalen. De man heeft geen verweerschrift ingediend.

3.3

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 7 februari 2011 bepaald op € 350,- per maand.

3.4

Bij beroepschrift heeft de man verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beslissende de kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] met ingang van 7 februari 2011 opnieuw vast te stellen en te bepalen op de behoefte van het kind gerelateerd aan het inkomen van de ouders met ingang van 7 februari 2011 en de draagkracht van de man vanaf 7 februari 2011 te bepalen conform diens inkomsten en uitgaven vanaf 7 februari 2011 tot en met heden, en de vrouw te veroordelen in de kosten van beide instanties. Tevens heeft de man verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.5

Bij verweerschrift heeft de vrouw het beroep van de man bestreden en verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de bestreden beschikking te bekrachtigen en de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel zijn verzoeken af te wijzen;

II. de man te veroordelen in de proceskosten van deze procedure.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing