Home

Gerechtshof Amsterdam, 25-09-2012, CA2559, 200.036.288/02 NOT

Gerechtshof Amsterdam, 25-09-2012, CA2559, 200.036.288/02 NOT

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25 september 2012
Datum publicatie
10 juni 2013
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2012:CA2559
Zaaknummer
200.036.288/02 NOT

Inhoudsindicatie

Herziening. De notariële tuchtrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden beslissing herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. ingeval zij bij de tuchtrechter vóór de uitspraak bekend zouden zijn geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Deze vereisten zijn cumulatief. Daarnaast geldt dat de beslissing in kracht van gewijsde moet zijn gegaan en voorts dat het verzoek tot herziening dient te worden gedaan binnen een redelijke termijn na het bekend worden bij verzoeker van de (nieuwe) feiten of omstandigheden, terwijl het verzoek eveneens zal moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 107 lid 2 Wna.

Hetgeen door klagers naar voren is gebracht, betreffen geen feiten en omstandigheden op grond waarvan een beslissing kan worden herzien. Dit leidt ertoe dat klagers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 25 september 2012 in de zaak van:

1. [ KLAAGSTER ],

2. [ KLAGER ],

beiden wonende te [ plaats ],

APPELLANTEN,

t e g e n

1. [ OUD-NOTARIS 1 ],

oud-notaris te [ plaats ],

2. [ OUD-NOTARIS 2 ],

oud-notaris te [ plaats ],

3. [ NOTARIS ],

notaris te [ plaats ],

GEÏNTIMEERDEN.

1. Procesgang

1.1. Bij beslissing van 31 augustus 2010 onder rekestnummer 200.036.288/01 NOT heeft het hof de beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Rotterdam, verder te noemen de kamer, van 28 mei 2009, waarbij klachten van appellanten – nader te noemen klagers – tegen geïntimeerden – nader te noemen de notarissen – ongegrond zijn verklaard, bekrachtigd.

1.2. Per faxbericht van 13 januari 2012 hebben klagers aan dit hof een verzoek gericht strekkende tot "correctie" van bovengenoemde beslissing.

1.3. Op 19 juni 2012 is van de zijde van de notarissen een brief ingekomen, strekkende tot afwijzing van het verzoek.

1.4. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 augustus 2012. Verschenen zijn klaagster sub 1 en de notarissen. Allen hebben het woord gevoerd, klaagster sub 1 aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnotitie. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is door klagers bij brief ingekomen op 20 augustus 2012 nog een aantal producties in het geding gebracht.

2. Ontvankelijkheid van het verzoek

2.1. Het verzoek strekt kennelijk tot herziening van de beslissing van 31 augustus 2010. Het hof dient allereerst de vraag te beantwoorden of dit verzoek ontvankelijk is.

2.2. De Wet op het notarisambt (verder Wna) kent geen bepalingen op grond waarvan herziening van een ingevolge deze wet door de tuchtrechter gegeven onherroepelijke beslissing kan worden verzocht.

Naar vaste jurisprudentie (zie - onder meer - de beslissing van dit hof van 21 februari 2012, LJN BV6394) acht het hof herziening in het notarieel tuchtrecht niettemin in bijzondere gevallen toelaatbaar, met inachtneming van het navolgende.

2.3. De notariële tuchtrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden beslissing herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. ingeval zij bij de tuchtrechter vóór de uitspraak bekend zouden zijn geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Deze vereisten zijn cumulatief.

2.4. Daarnaast geldt dat de beslissing in kracht van gewijsde moet zijn gegaan en voorts dat het verzoek tot herziening dient te worden gedaan binnen een redelijke termijn na het bekend worden bij verzoeker van de (nieuwe) feiten of omstandigheden, terwijl het verzoek eveneens zal moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 107 lid 2 Wna.

2.5. Klagers leggen - kort gezegd - aan hun herzieningsverzoek ten grondslag dat de kamer en - in navolging daarvan - dit hof:

- van onjuiste feiten zijn uitgegaan;

- de klachten onjuist hebben weergegeven.

Klagers betogen dat zij de indruk hebben dat het hof de stukken die zij hebben ingediend ter gelegenheid van het hoger beroep niet (goed) heeft gelezen.

2.6. Wat er van het door klagers naar voren gebrachte zij, het betreft geen feiten en omstandigheden op grond waarvan een beslissing kan worden herzien. Dit leidt ertoe dat klagers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek.

3. De beslissing

Het hof:

- verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot herziening van de beslissing van dit hof van 31 augustus 2010.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, A.M.A. Verscheure en

G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 september 2012 door de rolraadsheer.