Home

Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1801, 20/4487 WIA

Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1801, 20/4487 WIA

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 december 2025
Datum publicatie
12 december 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1801
Zaaknummer
20/4487 WIA

Inhoudsindicatie

Einduitspraak. Toekennen IVA-uitkering. Benoeming deskundige. Aanpassing FML De Raad is van oordeel dat niet toereikend is gemotiveerd dat de nieuw geselecteerde functies passend zijn voor appellante. De Raad voorziet zelf en herroept het besluit van 4 januari 2019 en kent appellante een IVA-uitkering toe. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding proceskosten.

Uitspraak

20/4487 WIA

Datum uitspraak: 10 december 2025

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 november 2020, 19/6467 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat)

Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht de WGA-uitkering van appellante, waarbij zij volledig arbeidsongeschikt is geacht, ongewijzigd heeft voortgezet en daarmee heeft geweigerd om een IVA-uitkering aan haar toe te kennen. In een tussenuitspraak heeft de Raad geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De Raad heeft het Uwv opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Hierin is het Uwv niet geslaagd. De Raad voorziet zelf in de zaak en kent appellante een IVA-uitkering toe.

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 15 september 2022 een tussenuitspraak gedaan.1

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, een gewijzigde fictieve Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingediend. Appellante heeft op deze stukken gereageerd.

Op 29 maart 2023 heeft mr. N. Abalhaj zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

De Raad heeft verzekeringsarts I.A.K. Snels benoemd als deskundige. De deskundige heeft op 30 augustus 2023 gerapporteerd. Partijen hebben zienswijzen ingediend en gereageerd op elkaars standpunten. Het Uwv heeft vragen van de Raad beantwoord.

In verband met het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden heeft de Raad de Staat als partij aangemerkt.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een nadere zitting hebben gevraagd, heeft de Raad de zaak niet behandeld op een nadere zitting en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1.1.

Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de tussenuitspraak. Hij volstaat met het volgende.

1.2.

In de tussenuitspraak heeft de Raad geoordeeld dat het bestreden besluit, waarin is geconcludeerd dat de volledige arbeidsongeschiktheid van appellante niet duurzaam is en zij daarom niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering, onvoldoende is gemotiveerd. In het bijzonder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet toereikend gemotiveerd waarom in de fictieve FML, waarin uitsluitend de beperkingen staan die als duurzaam zijn aangemerkt, geen urenbeperking is opgenomen. De Raad heeft het Uwv opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

1.3.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een gewijzigde fictieve FML van 4 november 2022 ingediend. In deze FML is een urenbeperking opgenomen van gemiddeld ongeveer vier uur per dag en twintig uur per week. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op basis van de gewijzigde fictieve FML opnieuw functies geselecteerd, te weten functies binnen de SBCcodes 111180 (productiemedewerker industrie), 111333 (huishoudelijk medewerker) en 111010 (medewerker tuinbouw). Op basis van deze functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een (fictieve) mate van arbeidsongeschiktheid berekend van 66,13%. Het Uwv heeft daarmee zijn standpunt dat appellante niet in aanmerking komt voor een IVAuitkering gehandhaafd.

1.4.

Appellante heeft, onder verwijzing naar de eerder door haar ingediende rapporten van verzekeringsarts E.C. van der Eijk, aangevoerd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd dat verwacht mag worden dat haar belastbaarheid in de toekomst dermate zal verbeteren dat zij twintig uur per week kan werken. Daarnaast heeft appellante aangevoerd dat de geselecteerde functies niet passend zijn. Daarbij heeft appellante onder andere naar voren gebracht dat zij als gevolg van haar auto-immuunziekte een verminderde weerstand heeft en daardoor een verhoogd risico loopt om ernstig ziek te worden.

1.5.

Gelet op met name de rapporten van Van der Eijk heeft de Raad het nodig geacht om een verzekeringsarts als deskundige te benoemen. In haar rapport van 30 augustus 2023 heeft de deskundige vermeld dat zij het eens is met het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat verwacht mag worden dat in de toekomst een urenbeperking van twintig uur per week afdoende zal zijn.

1.6.

De Raad heeft de deskundige ook gevraagd om, vanuit haar expertise als verzekeringsarts, aan te geven of de functies vallend binnen de SBC-code 111333, te weten de functies van medewerker huishoudelijke dienst, die worden verricht in een verpleeg- of verzorgingstehuis en waarin sprake is van een kenmerkende belasting op beoordelingspunt 1.9.9 (verhoogd persoonlijk risico) vanwege infectiegevaar, passend is voor appellante. De deskundige heeft hierop als volgt geantwoord:

Bij de functie huishoudelijk medewerker wordt onder infectiegevaar genoemd: het incidenteel voorkomen van een (zeer) besmettelijk virus onder de bewoners. Het norovirus is een dergelijk virus. Uit de richtlijn norovirus van het RIVM blijkt dat nierpatiënten een verhoogd risico lopen op een ernstig beloop en dat schoonmaakmedewerkers in de gezondheidszorg beroepsmatig een verhoogd risico lopen. Bij betrokkene is sprake van een (zeer) ernstige nierinsufficiëntie. Ik acht het daarom aangewezen dat zij niet wordt blootgesteld aan een dergelijk verhoogd risico.”

Verder heeft de deskundige opgemerkt dat ook in het verzekeringsgeneeskundig protocol Chronische nierschade uit 2009 staat dat sprake is van een verhoogd infectierisico bij chronische nierschade. Andere werksituaties waarin sprake kan zijn van een verhoogd infectierisico zijn bijvoorbeeld werken in de kinderopvang of achter de kassa van een supermarkt. Ook dit soort functies heeft de deskundige op medische gronden niet geschikt geacht voor appellante.

1.7.

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft naar aanleiding van het rapport van de deskundige de functies van medewerker huishoudelijke dienst die binnen SBC-code 111333 waren geselecteerd verworpen. Daarvoor in de plaats heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep binnen dezelfde SBC-code een andere functie geselecteerd, namelijk de functie schoonmaker. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de (fictieve) mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw berekend op 67,83%.

1.8.

Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat ook de functie schoonmaker niet passend is, gelet op het door de deskundige omschreven verhoogde infectierisico. Het gaat ook in deze functie om schoonmaakwerkzaamheden die worden verricht in een verpleeghuis.

1.9.

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft zich in rapporten van 8 april 2024 en 10 juni 2024, mede naar aanleiding van vragen van de Raad, op het standpunt gesteld dat de functie schoonmaker passend is voor appellante. Daarbij heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep er onder andere op gewezen dat in deze functie geen sprake is van een kenmerkende belasting op beoordelingspunt 1.9.9 (verhoogd persoonlijke risico). Nadat appellante nogmaals haar standpunt naar voren heeft gebracht, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in een rapport van 26 augustus 2024 – na overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep – geconcludeerd dat de functie schoonmaker toch niet passend is vanwege infectiegevaar en dat SBC-code 111333 alsnog moet komen te vervallen. Daarvoor in de plaats heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep nieuwe functies geselecteerd binnen SBC-code 282102 (bezorger pakketten). De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de (fictieve) mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw berekend op 66,52%.

1.10.

Appellante heeft aangevoerd dat het selecteren van functies binnen een nieuwe SBCcode in deze fase van de procedure in strijd is met de goede procesorde. Door het vervallen van SBC-code 111333 resteren onvoldoende functies en daarom moet appellante duurzaam volledig arbeidsongeschikt worden geacht. Bovendien is appellante van mening dat de functies binnen SBC-code 282102 niet passend voor haar zijn. Het gaat wederom om functies waarin sprake is van een verhoogd infectiegevaar. Daarnaast zijn de functies niet passend vanwege de beperkingen die voortkomen uit haar andere medische problemen. Zij is van mening dat de vraag of de functies passend zijn moet worden voorgelegd aan de deskundige. Verder heeft appellante gesteld dat zij ook niet in staat is de functies binnen SBC-code 111180 en 111010 te vervullen. Tot slot heeft appellante verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

1.11.

Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen beletsel is en dus ook geen sprake van een handelen in strijd met de goede procesorde om in het kader van de beoordeling of appellante in aanmerking komt voor een IVA-uitkering nieuwe functies te selecteren. Dit is onderdeel van de lopende discussie over de vraag of de WGA-uitkering zou moeten worden omgezet in een IVA-uitkering. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in rapporten van 5 februari 2025 en 22 juli 2025 toegelicht waarom de geselecteerde functies passend zijn. In het resultaat functiebelasting is niet vermeld dat in de functies binnen SBC-code 282102 sprake is van een verhoogd persoonlijk risico in de vorm van infectiegevaar. Dit betekent dat de blootstelling niet meer is dan wat gebruikelijk is in het dagelijks leven. Van intensief klantencontact is volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geen sprake. Bovendien is de geschiktheid van de functies binnen deze SBC-code besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING