Home

Centrale Raad van Beroep, 26-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1726, 25/210 WMO15

Centrale Raad van Beroep, 26-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1726, 25/210 WMO15

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26 november 2025
Datum publicatie
2 december 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1726
Zaaknummer
25/210 WMO15

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening Wmo 2015 in de vorm van een scootmobiel onterecht. Appellant heeft meer medische beperkingen dan dat in het deskundigen rapport is aangenomen. De Raad stelt vast dat de het college onvoldoende heeft onderzocht of het gebruik van een scootmobiel een arti-revaliderend effect heeft.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 januari 2025, 23/3593 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (college)

Datum uitspraak: 26 november 2025

Het gaat in deze zaak over vraag of het college terecht de aanvraag van appellant voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel heeft afgewezen. De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. Het college heeft zich op basis van onvoldoende onderzoek op het standpunt gesteld dat een scootmobiel op appellant een anti-revaliderend effect heeft. Dit komt niet overeen met (medische) informatie die appellant heeft verstrekt. Het college moet appellant alsnog een scootmobiel verstrekken.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.G. van Ek, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 17 september 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Ek. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door D. van den Hove en B. Bouwens.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellant heeft longklachten, artrose in de knieën en hartklachten. Hij ervaart beperkingen in zijn mobiliteit. In verband hiermee heeft appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een aanvraag gedaan voor een maatwerkvoorziening bestaande uit een scootmobiel.

1.2.

Met een besluit van 14 maart 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 26 oktober 2023 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag voor een scootmobiel afgewezen. Aan die afwijzing ligt een medisch advies van 21 februari 2023 van Argonaut ten grondslag. Het gebruik van een scootmobiel heeft volgens het college een antirevaliderende werking voor appellant. Een dergelijke vervoersvoorziening is daarmee niet doeltreffend, omdat die niet is gericht op het opheffen of verminderen van de door appellant ondervonden beperkingen. Het college heeft wel eerder al collectief vraagafhankelijk vervoer aan appellant verstrekt.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING

(getekend) D. Hardonk-Prins

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels