Home

Centrale Raad van Beroep, 13-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1712, 24/1858 WMO15

Centrale Raad van Beroep, 13-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1712, 24/1858 WMO15

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13 november 2025
Datum publicatie
5 december 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1712
Zaaknummer
24/1858 WMO15

Inhoudsindicatie

Weigering woonvoorziening in de vorm van een aangepaste keuken op grond van de Wmo 2015 toe te kennen. Terecht geoordeeld dat dat appellante met behulp van het pgb dat zij op grond van de Wlz ontvangt voldoende wordt gecompenseerd in haar beperkingen in de zelfredzaamheid.

Uitspraak

24/1858 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 26 juni 2024, 23/5007 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Datum uitspraak: 13 november 2025

het college van burgemeester en wethouders van Veendam (college)

Deze zaak gaat over de weigering van het college om aan appellante op grond van de Wmo 2015 een woonvoorziening, bestaande uit een aanpassing van de keuken, te verstrekken. Het college stelt zich op het standpunt dat appellante met behulp van het pgb dat zij op grond van de Wlz ontvangt voldoende wordt gecompenseerd in haar beperkingen in de zelfredzaamheid. Appellante is het daarmee niet eens. Zij vindt dat de keuken een elementaire woonfunctie is, waarvan zij nu geen gebruik kan maken. De Raad stelt appellante niet in het gelijk.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 21 augustus 2025. Voor appellante zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E.Y. Lamein-Smits.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellante, geboren in 1968, heeft forse lichamelijke beperkingen als gevolg van onder meer multiple sclerose en artrose.

1.2.

Op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg appellante geïndiceerd met het zorgprofiel Wonen met begeleiding en intensieve verzorging (LG05). In verband hiermee heeft het betrokken zorgkantoor appellante een persoonsgebonden budget (pgb) verleend.

1.3.

Appellante heeft op 2 maart 2023 een aanvraag bij het college ingediend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor aanpassing van haar keuken.

1.4.

Bij besluit van 17 maart 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 oktober 2023 (bestreden besluit), heeft het college die aanvraag afgewezen. Het college heeft onder andere overwogen dat appellante met behulp van het pgb dat zij op grond van de Wlz ontvangt voldoende wordt gecompenseerd in haar beperkingen in de zelfredzaamheid.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat de beperkingen die appellante ondervindt voldoende kunnen worden gecompenseerd met het aan haar verleende Wlz-pgb. De Wlz-indicatie LG05 houdt in dat er sprake is van volledige ADL1afhankelijkheid en voorziet in alle noodzakelijke verzorging en begeleiding bij ADLactiviteiten en dus ook in de noodzakelijke hulp en ondersteuning rondom het eten en drinken. Met het Wlz-pgb dienen de beperkingen in de zelfredzaamheid daarom voldoende te kunnen worden gecompenseerd en is het daarnaast verstrekken van een aangepaste keuken niet noodzakelijk.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante heeft aangevoerd dat haar beperkingen niet voldoende worden gecompenseerd door het Wlz-pgb. De rechtbank heeft ten onrechte aansluiting gezocht bij de verzorging en de begeleiding bij ADLactiviteiten. In dit geval gaat het om het gebruik van een elementaire woonfunctie, namelijk het gebruik van de keuken. Met de gevraagde aanpassing wordt appellante in staat gesteld om handelingen in de keuken zelfstandig te kunnen verrichten waardoor zij zelfredzamer is.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels