Home

Centrale Raad van Beroep, 06-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1650, 24/1401 AOW

Centrale Raad van Beroep, 06-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1650, 24/1401 AOW

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 november 2025
Datum publicatie
21 november 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1650
Zaaknummer
24/1401 AOW

Inhoudsindicatie

Toekenning AOW-pensioen ter hoogte van 86% van het maximale pensioen. De Svb heeft terecht een korting van 12% toegepast vanwege zes jaar waarover appellant schuldig nalatig is geweest de premie volksverzekeringen te betalen en heeft terecht een korting van 2% toegepast voor afgerond een jaar dat appellant niet verzekerd was omdat hij toen in Zwitserland werkte en woonde.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2024, 23/5659 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 6 november 2025

In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht een korting van 12% heeft toegepast op het AOW-pensioen van appellant vanwege zes jaar schuldige nalatigheid in het betalen van de premie volksverzekeringen en een korting van 2% vanwege het feit dat appellant een periode in Zwitserland heeft gewoond en gewerkt en daardoor afgerond een jaar nietverzekerd is geweest voor de AOW. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de korting van in totaal 14% terecht is toegepast.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. Jansen, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. De Svb heeft een vraag van de Raad schriftelijk beantwoord. Appellant heeft nadere stukken ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 september 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Jansen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.G. Starreveld.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellant heeft op 7 april 2022 een pensioen op grond van de AOW1 aangevraagd. Met een besluit van 21 november 2022 heeft de Svb hem vanaf augustus 2022 een AOWpensioen toegekend ter hoogte van 84% van het maximale pensioen.

1.2.

Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt. Met een besluit van 19 juni 2023 op dat bezwaar (bestreden besluit) heeft de Svb alsnog vanaf augustus 2022 een AOWpensioen toegekend ter hoogte van 86% van het maximale pensioen. De Svb heeft een korting van 12% toegepast vanwege zes jaar waarover appellant schuldig nalatig is geweest de premie volksverzekeringen te betalen. Daarnaast is een korting van 2% toegepast voor afgerond een jaar dat appellant niet verzekerd was omdat hij toen in Zwitserland werkte en woonde.

1.3.

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de Svb appellant medegedeeld dat vanwege een wetswijziging met ingang van 1 januari 2024 de korting op zijn AOW-pensioen van 12% wegens schuldige nalatigheid komt te vervallen.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb terecht een korting van 12% op het AOW-pensioen van appellant heeft toegepast vanwege schuldige nalatigheid. Volgens de rechtbank heeft de Svb ook de korting van 2% in verband met de periode dat appellant in Zwitserland woonde en werkte terecht toegepast.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels