Centrale Raad van Beroep, 30-09-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1448, 24/1685 PW
Centrale Raad van Beroep, 30-09-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1448, 24/1685 PW
Gegevens
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 30 september 2025
- Datum publicatie
- 8 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2025:1448
- Zaaknummer
- 24/1685 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand OV-kosten kinderen. Geen bijzondere omstandigheden. Appellanten hebben niet aannemelijk hebben gemaakt dat in hun geval sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten. Appellanten hebben niet aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat de route van hun woning naar de school van hun zoon zo gevaarlijk is dat van hem, anders dan andere kinderen die dezelfde afstand naar school moeten overbruggen, niet kan worden gevergd dat hij op de fiets naar school gaat. Appellanten hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat een school dichterbij geen optie is.
Uitspraak
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 juni 2024, 23/7149 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)
het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 30 september 2025
In deze zaak gaat het om de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand van appellanten voor de kosten van een abonnement voor openbaar vervoer voor een van hun kinderen om naar school te gaan. Volgens appellanten gaat het om kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Zij krijgen daarin geen gelijk.
PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. M. el Idrissi, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 19 augustus 2025. Voor appellanten is mr. M. el Idrissi verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.J.J. Straver.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellanten ontvangen bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Op 28 april 2023 hebben zij een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor de kosten van een abonnement voor openbaar vervoer voor een van hun kinderen om naar school te gaan (reiskosten). De zoon voor wie de aanvraag is gedaan was op dat moment dertien jaar en volgde onderwijs op een school die is gelegen op 5,5 kilometer afstand van de woning van appellanten en hun gezin. De aanvraag is gedaan voor de reiskosten van een jaar ter hoogte van € 960,-.
Met een besluit van 23 mei 2023 heeft het college de aanvraag afgewezen. Na bezwaar heeft het college met een besluit van 5 oktober 2023 (bestreden besluit) de afwijzing gehandhaafd met een gewijzigde motivering. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de PW en artikel 7.3 van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2019 (Beleidsregels).
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellanten
3. Appellanten zijn het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen hebben aangevoerd wordt hierna besproken.