Home

Centrale Raad van Beroep, 10-09-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1379, 25/432 WAJONG

Centrale Raad van Beroep, 10-09-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1379, 25/432 WAJONG

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 september 2025
Datum publicatie
23 september 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1379
Zaaknummer
25/432 WAJONG

Inhoudsindicatie

Verzoek om export Wajong-uitkering ten onrechte afgewezen. Ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. Procekostenveroordeling.

Uitspraak

25/432 WAJONG, 25/1735 WAJONG

Datum uitspraak: 10 september 2025

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 september 2024, 24/529 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

SAMENVATTING

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor export van zijn Wajong-uitkering. Volgens appellant heeft het Uwv ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De Raad volgt dit standpunt en komt tot het oordeel dat het Uwv het verzoek van appellant om export van zijn Wajong-uitkering ten onrechte heeft afgewezen.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A. van Hoof, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het Uwv op 11 juli 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond is verklaard. Deze zaak is bij de Raad geregistreerd onder nummer 25/1735 Wajong .

Appellant heeft gereageerd op deze nieuwe beslissing.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 21 augustus 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Hoof. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.M.C. Beijen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellant is sinds zijn geboorte bekend met cerebrale quadriplegie als gevolg van zuurstoftekort bij de geboorte. Aan appellant is vanaf 10 december 1985 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en later op grond van Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toegekend. Vastgesteld is dat appellant geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat dit een blijvende situatie is.

1.2.

Appellant is in januari 2011 getrouwd met een Filipijnse vrouw. Een verzoek om met behoud van Wajong-uitkering in de Filippijnen te kunnen wonen is door het Uwv in 2011 afgewezen.

1.3.

Bij brief van 12 juli 2023 heeft appellant met een beroep op de hardheidsclausule het Uwv verzocht zijn Wajong-uitkering te mogen meenemen (exporteren) bij een verhuizing naar de Filipijnen. Bij besluit van 12 december 2023 heeft het Uwv bepaald dat appellant zijn Wajong-uitkering niet mag exporteren naar de Filipijnen. Hieraan heeft het Uwv ten grondslag gelegd dat de door appellant naar voren gebrachte redenen om naar de Filipijnen te willen verhuizen geen aanleiding geven om de hardheidsclausule toe te passen.

1.4.

Bij besluit van 23 januari 2024 (bestreden besluit 1) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het exportverbod gehandhaafd.

Tussenuitspraak

2.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv de aanvraag van appellant, gelet op de medische onderbouwing daarvan met het rapport van een psychiater, niet zonder nader onderzoek kunnen afwijzen. Met een nader onderzoek had de verzekeringsarts zich een eigen beeld kunnen vormen van de psychische problematiek en de daarmee gepaard gaande lijdensdruk en beperkingen van appellant. De rechtbank heeft verder overwogen dat volgens de wetsgeschiedenis bij de toepassing van de hardheidsclausule uitgangspunt is dat de jonggehandicapte ten behoeve van een verbetering in zijn individuele werk- of leefomstandigheden genoodzaakt is om naar het buitenland te verhuizen. Gelet op dit uitgangspunt en op de inhoud van de psychiatrische beoordeling van 22 augustus 2023, is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen toepassing is gegeven aan de hardheidsclausule. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om dit zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek te herstellen.

Reactie Uwv

2.2.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv een rapport van 1 november 2024 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingebracht. Daarin heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gesteld dat een nader medisch spreekuur geen nieuwe gezichtspunten zal opleveren.

Aangevallen einduitspraak

2.3.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv opgedragen om binnen tien weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de aanwijzing van de rechtbank. De rechtbank heeft de onder 2.2 vermelde reactie van het Uwv opgevat als een mededeling dat geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Immers, de rechtbank heeft in de tussenuitspraak uitdrukkelijk geoordeeld dat een aanvullende motivering en een aanvullend onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep nodig is. Het aanvullende onderzoek zou in ieder geval moeten bestaan uit een spreekuurcontact, nu de rechtbank uitdrukkelijk heeft overwogen dat het van belang is dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich een eigen beeld kan vormen van de psychische problematiek en de daarmee gepaard gaande lijdensdruk en beperkingen van appellant. De rechtbank heeft het Uwv veroordeeld tot betaling van € 1.360,50 aan proceskosten aan appellant en tot vergoeding van griffierecht.

Het besluit van 11 juli 2025

3.1.

Het Uwv heeft ter uitvoering van de einduitspraak appellant uitgenodigd voor een spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dit heeft op 15 april 2025 plaatsgevonden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 20 juni 2025 gerapporteerd. Bij beslissing op bezwaar van 11 juli 2025 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond verklaard.

Het standpunt van appellant

3.2.

Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens omdat daarin een te lage proceskostenvergoeding is toegekend en de rechtbank de zaak finaal had moeten beslechten en niet had moeten terugverwijzen naar bezwaar. Ter zitting heeft appellant aangegeven dat de Raad zich, gelet op het besluit van 11 juli 2025, niet meer hoeft uit te spreken over de grond dat de rechtbank het geschil finaal had moeten beslechten. Tegen het besluit van 11 juli 2025 heeft appellant aangevoerd dat het Uwv op basis van zijn medische en persoonlijke omstandigheden toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule en hem toestemming had moeten geven om met behoud van zijn Wajong-uitkering naar de Filipijnen te verhuizen.

Het standpunt van het Uwv

3.3.

Het Uwv heeft verzocht het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond te verklaren. Volgens het Uwv is er geen aanleiding om in het geval van appellant toepassing te geven aan de hardheidsclausule.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels