Home

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Geldig van 1 januari 2013 tot 1 april 2013
Geldig van 1 januari 2013 tot 1 april 2013

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Besluit BWBR0028778-20130101

Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2013 tot 01-04-2013]

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder

  1. Onze Minister: Onze Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk;

  2. meerderjarige: hij die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt of voordien in het huwelijk is getreden;

  3. moeder: de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht;

  4. vader: de man tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat;

  5. vreemdeling: hij die de Nederlandse nationaliteit niet bezit;

  6. staatloze: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd;

  7. toelating: instemming door het bevoegd gezag met het bestendig verblijf van de vreemdeling in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  8. hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.

2.

Behoudens voor de toepassing van artikel 15A, onder a, van deze rijkswet wordt mede verstaan onder:

  1. echtgenoot: de partner in een in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede de partner in een buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 2 en 3 van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap wordt erkend, en

  2. huwelijk: het in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede het buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 2 en 3 van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap wordt erkend.

Verwijzingen

Geen.

Overgangsrecht

Artikel 29 RWN en artikel 14, derde lid RvvN

1-1-a. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a

Wettekst:

Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk

De Minister van Justitie is thans verantwoordelijk voor de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Onder Onze Minister wordt in deze Handleiding verstaan de Minister van Justitie.

Er is een periode geweest waarin de RWN een andere ‘Onze Minister’ kende, te weten:

22/07/2002 tot 14/12/2006

Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

14/12/2006 tot 22/02/2007

Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering

22/02/2007 tot heden

Minister van Justitie

1-1-b. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b

1-1-e. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e

1-1-f. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f

1-1-g. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Toelating

paragraaf 2.1. Aantonen toelating

paragraaf 3. Toelating voor onbepaalde tijd

paragraaf 4. Toelating minderjarigen

paragraaf 5. Onafgebroken periode(n) van toelating/‘verblijfsgat’

paragraaf 5.1. Procedure afgifte bericht omtrent toelating

1-1-h. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h

1-2. Toelichting ad artikel 1, tweede lid

Artikel 2

2-1. Toelichting ad artikel 2, eerste lid

2-2. Toelichting ad artikel 2, tweede lid

2-3. Toelichting ad artikel 2, derde lid

paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijk vertegenwoordiger

paragraaf 3. Wettelijk vertegenwoordiger

2-4. Toelichting ad artikel 2, vierde lid

2-5. Toelichting ad artikel 2, vijfde lid

Artikel 3

3-alg. Toelichting algemeen

3-1. Toelichting ad artikel 3, eerste lid

3-2. Toelichting ad artikel 3, tweede lid

3-3. Toelichting ad artikel 3, derde lid

Artikel 4

4-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

paragraaf 3. Kind geboren op of ná 1 januari 1985; Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

paragraaf 4. Kind geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

paragraaf 5. Uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren op of na 1 januari 1985; vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)

4-1. Toelichting ad artikel 4, eerste lid

4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid

4-3. Toelichting ad artikel 4, derde lid

4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid

4-5. Toelichting ad artikel 4, vijfde lid

4-6. Toelichting ad artikel 4, zesde lid

Artikel 5

5-alg. Toelichting algemeen

Artikel 5a

5a-alg. Toelichting algemeen

5a-1. Toelichting ad artikel 5a, eerste lid (sterke adoptie)

Artikel 5b

5b-alg. Toelichting algemeen

1. Wet conflictenrecht adoptie (Wcad)

2. Verhouding met Haags adoptieverdrag 1993

3. Verkrijging Nederlanderschap ingevolge artikel 5b RWN alleen op of na 1 januari 2004

5b-1. Toelichting ad artikel 5b, eerste lid

5b-2. Toelichting ad artikel 5b, tweede lid

Artikel 5c

5c-alg. Toelichting algemeen

Artikel 6

6-alg. Toelichting Algemeen

6-1-a. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a

6-1-b. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder b

6-1-c. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Erkenning en wettiging van minderjarigen vóór 1 april 2003

paragraaf 3. Vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse man

paragraaf 3.1. Bewijslast opvoeding en verzorging
paragraaf 3.2. Bewijsmiddelen

paragraaf 4. Erkenning en wettiging vanaf 1 maart 2009

paragraaf 5. Naamskeuze voor/door de optant

paragraaf 6. Overgangsrecht

6-1-d. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d

paragraaf 1. Algemeen

6-1-e. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e

6-1-f. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Oud-Nederlander of oud-Nederlands onderdaan-niet-Nederlander

paragraaf 3. Overgangsregeling

6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g

6-1-h. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder h

6-1-i. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Geboorte vóór 1 januari 1985
paragraaf 1.2. Bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.2.1. Gevolgen van het huwelijk voor de nationaliteit van de vrouw
paragraaf 1.2.1.1. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode tot 1 maart 1964
paragraaf 1.2.1.2. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode na 1 maart 1964
paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met de Nederlandse nationaliteit
paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder deze optiemogelijkheid
paragraaf 1.5. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.6. Vereiste documenten

paragraaf 2. De Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892

paragraaf 2.1. Verkrijging van de Nederlandse nationaliteit onder de WNI 1892
paragraaf 2.2. Andere verliesgronden dan verbonden aan het sluiten van een huwelijk met een niet-Nederlander onder de WNI 1892

6-1-j. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI
paragraaf 1.2. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI
paragraaf 1.3. Bezit Nederlandse nationaliteit adopiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak
paragraaf 1.4. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.5. Vereiste documenten

6-1-k. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Afstamming door geboorte
paragraaf 1.2. Afstamming door geboorte
paragraaf 1.3. Vereiste documenten

6-1-l. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zes jaar of ouder
paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

6-1-m. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder m

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zeven jaar of ouder
paragraaf 1.2. Bewijs biologisch vaderschap erkenner
paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.4. Vereiste documenten

6-1-n. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder n

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Afstamming door gerechtelijke vaststelling vaderschap
paragraaf 1.2. Eerste verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Vereiste documenten

6-1-o. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder o

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Afstamming door adoptie binnen het Koninkrijk van een minderjarige
paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Vereiste documenten

6-2. Toelichting ad artikel 6, tweede lid

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Optanten die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen

paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 1.36) (zie paragraaf 2.2.4.1Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

paragraaf 4. Afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid in de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN)

paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (artikel 60a, derde lid, BVVN en paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)

6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Procedure

paragraaf 2.1. Informatieverstrekking
paragraaf 2.2. Afleggen van de optieverklaring
paragraaf 2.2.1. Vormvereisten: afleggen in persoon
paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant
paragraaf 2.2.1.2
paragraaf 2.2.1.3. Medeverkrijging; Kinderen van de optant
paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
paragraaf 2.2.1.5. Gemachtigde
paragraaf 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen
paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 1.36)
paragraaf 2.2.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 2.2.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
paragraaf 2.2.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
paragraaf 2.2.5. (overige) over te leggen documenten
paragraaf 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
paragraaf 2.2.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
paragraaf 2.2.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
paragraaf 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
paragraaf 2.2.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen optieverklaringen
paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
paragraaf 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden
paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling
paragraaf 2.4. Voorbereiding van de beslissing
paragraaf 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
Paragraaf 2.4.2.3. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
paragraaf 2.4.2.4. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
paragraaf 2.4.2.5. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 2.5. Bevestiging
paragraaf 2.6. Weigering bevestiging
paragraaf 2.6.1. Weigering bevestiging verklaring van de optant
paragraaf 2.6.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
paragraaf 2.7. Bezwaar
paragraaf 2.7.1. Onze Minister beslist
paragraaf 2.7.2. Afhandeling van de beslissing
paragraaf 2.7.2.1. Bezwaarschrift gegrond
paragraaf 2.7.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
paragraaf 2.7.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
paragraaf 2.8. (hoger) beroep
paragraaf 2.9. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
paragraaf 2.10. Naturalisatieceremonie
paragraaf 2.10.1. De oproeping
paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 2.10.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.10.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 2.10.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 2.10.5. Procedurele aspecten na uitreiking
paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding
Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid

Bijlage 1

6-5. Toelichting ad artikel 6, vijfde lid

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid

Artikel 6a

6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid

6a-2-a. toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

6a-2-d. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d

6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid

6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid

6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid

6a-6. Toelichting ad artikel 6a, zesde lid

Artikel 7

7-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BvvN

paragraaf 3. Procedure naturalisatie

paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase
paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie
paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker
paragraaf 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)
paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 3.2.5. Gemachtigde
paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 3.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)
paragraaf 3.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 3.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
paragraaf 3.5. Over te leggen documenten
Paragraaf 3.5.1. Buitenlands reisdocument
paragraaf 3.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
paragraaf 3.5.3. Buitenlandse akte(n) (van de burgerlijke stand)
Paragraaf 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 3.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
paragraaf 3.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek
paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken
paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden
paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling
paragraaf 3.8. Voorbereiding beslissing op het verzoek om naturalisatie
paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
paragraaf 3.9. Beslissing op het verzoek
paragraaf 3.10. Bezwaar
paragraaf 3.11. (hoger) beroep
paragraaf 3.12. Naturalisatieceremonie
paragraaf 3.12.1. De oproeping
paragraaf 3.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 3.12.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.12.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.12.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 3.12.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 3.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking

Artikel 8

8-alg. Toelichting algemeen

8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

8-1-b. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Toelating van rechtswege of toelating bij vergunning verleend

paragraaf 2.1. Toelating van rechtswege
paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend

paragraaf 3. Verblijfsrecht

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht
paragraaf 3.2. Beoordelingsmoment
paragraaf 3.3. Reden tot intrekking/niet-verlenging/einde van de verblijfsvergunning
paragraaf 3.4. Minderjarigen

8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Procedure

paragraaf 2.1. De voorlichtingsfase
paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase
Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets
paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets
paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011
paragraaf 2.2.3. Het certificaat bij gedeeltelijke vrijstelling
paragraaf 2.3. Ontheffing van de naturalisatietoets
paragraaf 2.3.1. Procedure bij beroep op ontheffing van de naturalisatietoets wegens een belemmering
paragraaf 2.3.2. Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het examen te behalen

paragraaf 3. Opneming in de Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)

Paragraaf 3.1. Polygamie
Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
paragraaf 3.3. Weigering tot opneming in Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)

Bijlage 1

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen

paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)

paragraaf 4. Afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander
paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid

Artikel 9

9-alg. Toelichting algemeen

9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

paragraaf 3. Afwijzing indien de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken

paragraaf 4. Afwijzing indien er serieuze verdenkingen bestaan dat de verzoeker een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen

paragraaf 5. Afwijzing indien in de periode van vier jaar direct voorafgaande aan het verzoek (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd

paragraaf 5.1. Misdrijven
paragraaf 5.2. Transacties
paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties
paragraaf 5.4. Voeging
paragraaf 5.5. Taakstraffen
paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten
paragraaf 5.7. Jeugdigen
paragraaf 5.8. Vierjaartermijn
paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen
paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots
paragraaf 5.11. Schadevergoeding
paragraaf 5.12. Gratie

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

paragraaf 7. Procedure m.b.t. onderzoek naar criminele antecedenten

Paragraaf 7.1. Verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 7.2. Bewijs van goed gedrag
Paragraaf 7.3. Verzoek aan de IND
paragraaf 7.4. Beoordeling bijzondere feiten of omstandigheden

paragraaf 8. Afwijzing indien ernstige vermoedens bestaan dat verzoeker een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk.

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën

paragraaf 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen
paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen
paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet
paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

paragraaf 4. Bewijsstukken

paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9
paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8
paragraaf 5.3. De verzoeker is wél bereid afstand te doen

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

9-1-c. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c

9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid

9-3. toelichting ad artikel 9, derde lid

paragraaf 1. Algemeen

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid

Artikel 10

10-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

paragraaf 2.1. Koninkrijks belang c.q. belang van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba (staatsbelang, economisch en cultureel)
paragraaf 2.2. Humanitaire redenen
paragraaf 2.3. Ambtelijk verzuim
paragraaf 2.4. Niet bijzondere gevallen

paragraaf 3. Topsporters

paragraaf 3.1. Advisering
paragraaf 3.2. Niveau van sportbeoefening
paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen
paragraaf 3.4. Advies Onze Minister (na overleg met de Staatssecretaris van VWS)
paragraaf 3.5. Beslissing

Artikel 11

11-alg. Toelichting Algemeen

11-1. Toelichting ad artikel 11, eerste lid

11-2. Toelichting ad artikel 11, tweede lid

11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid

11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid

11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid

11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid

11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid

11-8. Toelichting ad artikel 11, achtste lid

Artikel 12

12-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen
paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen
paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen
paragraaf 1.4. Correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit
paragraaf 1.5. Weigering de geslachtsnaam te laten vaststellen

12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid

paragraaf 1. Namenreeks of naamsketen

paragraaf 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)

paragraaf 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde

paragraaf 4. Naamsvaststelling bij minderjarige kinderen

12-2. Toelichting ad artikel 12, tweede lid

paragraaf 1. Overbrenging naar in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens

paragraaf 2. Naamswijziging

paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen

paragraaf 4. Naamswijziging bij minderjarige kinderen

Artikel 13

13-1. Toelichting ad artikel 13, eerste lid

paragraaf 1. Optiegelden

paragraaf 1.1. Tarieven
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 1.3. Ontheffing van optiegelden
paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd

paragraaf 2. Naturalisatiegelden

paragraaf 2.1. Tarieven naturalisatiegelden
paragraaf 2.2. Tarieven C en D
paragraaf 2.3. Tarieven F en G
paragraaf 2.4. Tarief H
paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges
paragraaf 2.6. Ontheffing van naturalisatiegelden

paragraaf 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden

13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid

Artikel 14

14-1. Toelichting ad artikel 14, eerste lid

paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid beperkt tot datum herziening RWN (1 april 2003)

paragraaf 2. Algemeen

paragraaf 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.2. Bijzondere omstandigheden
paragraaf 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003
paragraaf 2.2. Intrekking Nederlanderschap wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten
paragraaf 2.3. Belangenafweging
paragraaf 2.4. Gevolgen voor kinderen

paragraaf 3. Administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit

paragraaf 4. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
paragraaf 4.2. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap

paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap

paragraaf 5.1. Verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit
paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit
paragraaf 5.3. Gevolgen van de intrekking voor de namen van betrokkene

14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid

paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten

paragraaf 1.1. Overgangsrecht
paragraaf 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht

paragraaf 2. Algemeen

paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
paragraaf 2.1.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a
paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
paragraaf 2.1.2.1. Artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
paragraaf 2.1.2.2. Artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
paragraaf 2.1.4. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d
paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
paragraaf 2.3. Het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid RWN

paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap en de afwikkeling

14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid

14-4. Toelichting ad artikel 14, vierde lid

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 14, vierde lid

14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid

14-6. Toelichting ad artikel 14, zesde lid

Artikel 15

15-alg. Toelichting Algemeen

15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging

paragraaf 1.1. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
paragraaf 1.2. Een andere nationaliteit/statenopvolging

15-1-b. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit

paragraaf 3. Wijze van afleggen van de verklaring van afstand

paragraaf 4. Delen van kinderen in de afstand

paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging

paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten

paragraaf 7. Verdere administratieve afhandeling

15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Stuiting van de verliestermijn
paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
paragraaf 1.3. Onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar
paragraaf 1.4. Situatie tot 1 april 2003

paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

15-1-d. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d

15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e

15-1-f. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder f

15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid

Artikel 15a

15a-alg. Toelichting algemeen

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

15a-b. Toelichting ad artikel 15A, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)

Artikel 16

16-alg. Toelichting algemeen

16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

16-1-b. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Afleggen verklaring van afstand

paragraaf 2.1. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tot 12 jaar
paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.1. Horen minderjarige 12 tot 16 jaar over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap
paragraaf 2.2.2. Horen ouder die geen wettelijk vertegenwoordiger is over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap van de minderjarige tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.3. Mogelijke situaties ná het horen
paragraaf 2.3. Minderjarigen van 16 jaar en ouder

paragraaf 3. Geen verlies Nederlanderschap

paragraaf 4. Geen verlies Nederlanderschap omdat de procedure inzake bedenkingen tegen afstand nog niet is afgerond

16-1-c. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c

16-1-d. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d

16-1-e. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e

16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid

16-2-alg. Toelichting algemeen

16-2-a. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a

16-2-b. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b

16-2-c. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c

16-2-d. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder d

16-2-e. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e

16-2-f. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder f

16-2-g. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g

Artikel 16a

16a-alg. toelichting algemeen

Artikel 17

17-alg. Toelichting algemeen

Artikel 18

18-alg. Toelichting algemeen

Artikel 19

19-alg. Toelichting algemeen

Artikel 20

20-alg. Toelichting algemeen

Artikel 21

21-alg. Toelichting algemeen

Artikel 22

22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid

22-2. Toelichting ad artikel 22, tweede lid

Artikel 23

23-1. Toelichting ad artikel 23, eerste lid

23-2. Toelichting ad artikel 23, tweede lid

23-3. Toelichting ad artikel 23, derde lid

Artikel 24

24-alg. Toelichting algemeen

Artikel 25

25-alg. Toelichting algemeen

Artikel 26

26-alg. Toelichting algemeen

26-1. Toelichting ad artikel 26, eerste lid

26-2. Toelichting ad artikel 26, tweede lid

26-3. Toelichting ad artikel 26, derde lid

Artikel 27

27-alg. Toelichting algemeen

27-1. Toelichting ad artikel 27, eerste lid

27-2. Toelichting ad artikel 27, tweede lid

Artikel 28

28-1. Toelichting ad artikel 28, eerste lid

28-2. Toelichting ad artikel 28, tweede lid

28-3. Toelichting ad artikel 28, derde lid

Artikel 29

29-alg. Toelichting algemeen

Artikel II

II RRWN-alg. Toelichting algemeen

Artikel III

14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid, RWN

16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, onder a, b, c en d, RWN

Artikel IV

IV RRWN-alg. Toelichting algemeen

Artikel V

V RRWN-alg. Toelichting algemeen

V RRWN-1. Toelichting ad artikel V, eerste lid, RRWN

V RRWN-2. Toelichting ad artikel V, tweede lid, RRWN

Modellen

1. Modellen behorende bij de optieprocedure

2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

3. Modellen met betrekking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

4. Modellen met betrekking tot de verklaring van verbondenheid