Home

Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen

Geldig van 8 december 2005 tot 1 februari 2006
Geldig van 8 december 2005 tot 1 februari 2006

Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen

Opschrift

[Regeling treedt in werking op 01-02-2006]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van 1 september 2005, TRCJZ/2005/2598, Directie Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 1999/105/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PbEG L 11), op richtlijn nr. 2002/53/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PbEG L 193) en op richtlijn nr. 2002/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PbEG L 193);

Gelet op de artikelen 3, vijfde lid, 25, vijfde lid, 35, eerste en zesde lid, 59, 84, 85 en 87, tweede, derde en zesde lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005;

De Raad van State gehoord (advies van 7 oktober 2005, no. W11.05.0399/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van 1 december 2005, nr. TRCJZ/2005/3477, Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 [Nog niet in werking]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. wet: Zaaizaad- en plantgoedwet 2005;

  2. Raad: Raad voor plantenrassen, bedoeld in artikel 2 van de wet;

  3. richtlijn 2001/18/EG: richtlijn nr. 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn nr. 90/220/EEG van de Raad (PbEG L 106);

  4. richtlijn 1999/105/EG: richtlijn nr. 1999/105/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PbEG 2000, L 11);

  5. hybride ras: ras onstaan na kruising van twee of meer rassen of ouderlijnen met gelijke erfelijkheidsfactoren, zoals nader beschreven bij ministeriële regeling;

  6. graangewassen: zomer- en wintertarwe (Triticum aestivum L emend. Fiori en Paol.), zomer- en wintergerst (Hordeum vulgare L.), rogge (Secale cereale L.), haver (Avena sativa) en triticale (X Triticosecale Wittm.)

Paragraaf 2. Samenstelling van de Raad

Artikel 2 [Nog niet in werking]

Artikel 3 [Nog niet in werking]

Paragraaf 3. Het rassenregister

Artikel 4 [Nog niet in werking]

Artikel 5 [Nog niet in werking]

Artikel 6 [Nog niet in werking]

Artikel 7 [Nog niet in werking]

Paragraaf 4. De toelating van rassen en opstanden

Artikel 8 [Nog niet in werking]

Artikel 9 [Nog niet in werking]

Artikel 10 [Nog niet in werking]

Artikel 11 [Nog niet in werking]

Artikel 12 [Nog niet in werking]

Artikel 13 [Nog niet in werking]

Artikel 14 [Nog niet in werking]

Artikel 15 [Nog niet in werking]

Artikel 16 [Nog niet in werking]

Artikel 17 [Nog niet in werking]

Artikel 18 [Nog niet in werking]

Artikel 19 [Nog niet in werking]

Artikel 20 [Nog niet in werking]

Paragraaf 5. Kwekersrecht

Artikel 21 [Nog niet in werking]

Artikel 22 [Nog niet in werking]

Paragraaf 6. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 23 [Nog niet in werking]

Artikel 24 [Nog niet in werking]

Artikel 25

Artikel 26